donderdag 16 oktober 2014

5 - De prestatiegeneratie


“De nog piepjonge Jeroen van Baar (1990) studeerde psychologie en neurowetenschappen in Utrecht en Parijs. Zijn succesboek ‘De Prestatiegeneratie’ zorgde voor een schokgolf bij iedereen die prestatiegericht bezig is. Jeroen van Baar verdedigt de stelling dat er niks mis is met middelmatigheid.”



Een interessante lezing, lijkt me. Zelf ben ik ook bezig met steeds beter worden en meer willen. Wat doet dat nu eigenlijk met mij? Wat zijn de gevolgen als het allemaal niet zou lukken? Ik ben erg benieuwd wat deze jongeman allemaal te vertellen heeft.

De lezing ging door op maandag 13 oktober in het c-mine cultuurcentrum om 20u15.

Het streven naar perfectie, een werkgever die steeds meer eist, blijven doorwerken in het weekend, geen tijd nemen voor ontspanning,… Het lijkt me allemaal niet gezond, maar heel wat mensen doen het. Tot ze op een bepaald moment zichzelf tegen komen. Er is de laatste tijd veel te doen rond burn-out. Wat is dat eigenlijk precies? Hoe krijgt je dat? Hoe gaat het weer weg?


Burn-out is een term uit de psychologie wat betekent helemaal opgebrand te zijn. Iemand die het heeft, is vaak niet meer in staat om de simpelste taken uit te voeren, of naar de koelkast te lopen om een lekker drankje te gaan halen, zonder compleet uitgeput te zijn. De confrontatie die je met jezelf krijgt als je merkt dat je geen energie meer hebt, een gebrek aan concentratie en zingeving is heel heftig. Buitenstaanders kunnen dit vaak niet vatten. Dat komt omdat het slachtoffer van een burn-out voorheen net erg energiek en opgewekt is en grenzen kan verleggen om een pittige uitdaging niet uit de weg te gaan. Een verwaarlozing van een burn-out kan leiden tot psychose, hartfalen of zelfmoord.



De term burn-out werd voor het eerst begin jaren ’70 gebruikt door o.a. de Amerikaanse psychotherapeut Christina Maslach. In haar opvatting bestaat een burn-out uit drie samenhangende verschijnselen:
  • uitputting (vermoeidheid in een ver gevorderd stadium);
  • cynisme (wantrouwen tegen goede bedoelingen van iemand of overgevoeligheid van de gevolgen van je eigen daden);
  • laag zelfbeeld over eigen competenties.
Vaak wordt er ook gesproken over een vierde dimensie: een verminderde cognitieve vaardigheid. Heel belangrijk om weten is dat een burn-out geen depressie is. Een burn-out is in hoofdzaak een energiestoornis, terwijl een depressie stemmingsstoornis is.

Een burn-out is in de meeste gevallen jarenlange overbelasting of blootstelling aan stress op het werk, maar ook in de privé-situatie. Het gaat vaak om mensen die echt alles in hun werk hebben gestoken, maar weinig hebben terug gekregen. Ze hebben het gevoel dat ze niet goed genoeg beloond worden voor hun prestaties. Hierdoor zakt hun motivatie met als gevolg fysieke, geestelijke en emotionele uitputting. Mensen met een hogere verantwoordelijkheidszin, overgevoelige mensen en perfectionisten lopen meer risico.

Uit cijfers blijkt dat ongeveer een half miljoen mensen in België (!) een burn-out zouden hebben. Daarnaast zijn er nog heel wat werkenden uit de beroepsbevolking die nog een hoog risico lopen op een burn-out. Ze kunnen onderverdeeld worden in acht groepen:
1: de perfectionisten (Ze willen carrière maken, veel verantwoordelijkheden hebben en daar ook nog eens geen fouten in maken.);
2: mensen die moeilijk tegen verandering kunnen in hun werkomgeving (bv. een nieuwe baas of nieuwe verantwoordelijkheden.);
3: mensen die hard werken en ook thuis veel onder spanning staan. Er is geen plaats voor ontspanning en het is moeilijk om je op je werk nog goed te kunnen concentreren. (bv. bij het verwerken van een verlies.);
4: mensen die weinig besef hebben van tijd;
5: mensen die heel hun leven naar veiligheid hebben gezocht en plots geconfronteerd worden met onveiligheid (bv. een stalker of een ontrouwe partner.);
6: mensen die zich verantwoordelijk voelen voor anderen en geen nee kunnen zeggen;
7: erg gedreven mensen die niet kunnen stoppen met werken;

8: vrouwen in een dubbelfunctie (Combinatie van werk en thuis.).



Het zijn dus niet de mensen die niet goed hun best doen op hun werk of onbekwaam zijn die een burn-out krijgen, maar juist de perfectionisten en de goed gemotiveerde werknemers. Het komt over het algemeen vaker voor bij 50 plussers, meer bij vrouwen dan bij mannen, maar ook twintigers lijken tegenwoordig een risicogroep te vormen. Zij zijn nog maar pas aan het werk en kunnen moeilijk “nee” zeggen tegen hun baas. Ook lijkt de combinatie met hun druk sociaal leven er voor iets tussen te zitten. Waarom de ene wel een burn-out krijgt een de andere niet, is moeilijk te zeggen. Zoals ik hierboven al aanhaalde, kan het te maken hebben met de overgevoeligheid van een mens. Ook stressbestendigheid speelt een rol. Het is nu eenmaal zo dat de ene beter met een hogere werkdruk kan omgaan dan een andere.

Stress, overspanning en burn-out worden vaak te pas en te onpas gebruikt. Het is niet meer duidelijk welk woord je nu waarvoor moet gebruiken. Stress is iets wat niet schadelijk is. Kortdurende stress kan zelfs bijdragen aan een succes, afhankelijk hoe je ermee omgaat. Stress is gezond zolang je de eisen die je voor jezelf stelt niet hoger zijn dan wat je aankunt. Het is moeilijk om algemeen te stellen wanneer stress overspannenheid wordt. De gezonde stress is kortdurend, terwijl overspannenheid een langdurige fase van stress is. Bij stress is het energieniveau hoger dan normaal. Dat uit zich in hyperactiviteit en haastig gedrag. Wanneer je langdurig met stress geconfronteerd wordt, verlies je orde en overzicht. Je geraakt als persoon blijvend onrustig en wordt overspannen.

Als je de oorzaken van de spanning wegneemt, kan de persoon weer op een normale manier functioneren. Er is dus geen spraken meer van overspannenheid. Bij een burn-out is dat niet het geval. Daar is het energieniveau aangetast en verlaagd door jezelf bloot te stellen aan langdurige, soms dus jarenlange, spanningen. Je lichaam zegt dat het afgelopen is, het kan niet meer.

Wat zijn de signalen die kunnen wijzen op een burn-out?
Algemene kenmerken
Kenmerken in de werksituatie
iedere dag na activiteiten doodmoe zijn;
's morgens al moe zijn (of moe naar het werk gaan);
geen zin meer hebben om iets te doen (naar het werk te gaan);
hoofdpijn, lusteloosheid, hartkloppingen, slapeloosheid;
concentratieproblemen;
gevoelens van incompetentie
snel geïrriteerd raken om de kleinste dingen.
opgejaagd reageren;
vaak doen van extra werk;
zonder reden een snipperdag nemen;
moe terug komen van een (uitrust)vakantie;
steeds vaker werk uitstellen;
snel geïrriteerd raken;
verminderde concentratie;
onder of boven zijn/haar niveau werken.


Of mensen effectief lijden aan een burn-out, wordt vastgesteld met psychologische instrumenten, voornamelijk ontworpen door psychotherapeut Maslach. Het instrument bestaat uit ongeveer 20 vragen die betrekking hebben op de drie dimensies van burn-out (zie bovenaan). Er zijn verschillende versies in omloop: speciaal voor onderwijsgevenden, voor contactuele beroepen en algemene versie voor alle andere beroepen. De scores die voortkomen uit het invullen van de vragenlijsten, worden vergeleken met de resultaten van normgroepen die de vragen eerder al hebben ingevuld. Een score in de bovenste 25% t.o.v. de normgroep, indiceert een mogelijk burn-out. Een score in bovenste 5% t.o.v. de normgroep zou echt een burn-out betekenen.


Psychotherapeut Maslach. 

Een burn-out kan op vrij korte termijn succesvol behandeld worden door wekelijks gedurende drie tot vier maanden in therapie te gaan. Tijdens die sessies wordt er nagegaan wat er toe bijgedragen heeft tot het ontstaan van de burn-out, bv. het hebben van “disfunctionele gedachten” (bv. als ik niet hard werk, vindt niemand me aardig/competent/krijg ik nooit een promotie/word ik ontslagen"). Daarna wordt er een overzicht gemaakt van alle risicofactoren op het werk (bv. een hoge werkdruk, vaak overuren moeten doen, een minder leuke sfeer op het werk,…) en aangepakt waar mogelijk. Er wordt gestreefd om het slachtoffer zo snel mogelijk terug aan het werk te krijgen, liefst nog tijdens de therapie. Het slachtoffer gedurende de hele behandeling thuis te laten om terug op krachten te laten komen, heeft vaak een averechts effect en kan leiden tot volledige arbeidsongeschiktheid. Het is bovendien ook niet meer mogelijk om arbeidsongeschikt verklaard te worden door een burn-out.


Door de therapie leer je beter voor jezelf zorgen en meer balans te krijgen tussen privé en werk. Naast de therapie is het ook belangrijk om je te leren ontspannen door bv. ontspannings- en ademhalingsoefeningen of door te gaan sporten. Iemand met een burn-out heeft iemand nodig die hem of haar stimuleert om de signalen serieus te nemen en waarmee hij of zij iets ontspannend kan doen. 



Waarom heeft een overvloed aan keuzemogelijkheden een negatieve invloed op ons?


We leven in een maatschappij van overvloed. Ga maar eens naar de Mediamarkt om een printer te kopen of naar de Zara voor een nieuwe broek. Nooit eerder is de verscheidenheid aan merken en soorten zo groot geweest. Denk ook maar eens aan het einde van het 6de middelbaar. Welke studierichting ga je kiezen? Voor welke school ga je gaan? De lijst is eindeloos, want je kan tegenwoordig perfect een studie in het buitenland volgen. Een goede zaak? Eigenlijk niet, want het maakt ons verward, onzeker en depressief.



Kiezen uit 30 alternatieven vraagt heel wat inspanning van ons. Uit een studie blijkt dat een overaanbod kan leiden tot vermijdingsgedrag. Onderzoekers deden een proef in een supermarkt. Ze lieten één groep mensen maar liefst 24 verschillende soorten confituur proeven en een andere groep 6 soorten. Uiteindelijk bleek dat de mensen die veel keuze hadden veel minder geneigd waren om confituur te kopen terwijl de mensen die minder keuze hadden dat juist wel deden. De overvloed aan keuze is te moeilijk voor mensen en zorgt er gewoon voor dat we de keuze gaan mijden. Het werkt verlammend.

Daarnaast blijkt dat een overvloed aan keuze tot ontevredenheid leidt bij de gemaakte keuze. Hoe groter het aanbod, hoe hoger onze verwachtingen zijn. We gaan er van uit dat één van de mogelijkheden perfect zal zijn. Wanneer dat toch niet het geval blijkt te zijn, is de teleurstelling en de ontevredenheid groot. De slechte keuze wordt niet toegeschreven aan de hoeveelheid van het aanbod, maar wel aan het onvermogen om de juiste keuze te maken. We zijn dus niet alleen ontevreden over de keuze, maar ook over onszelf.

Hierboven beschrijf ik een beetje “de paradox van de keuze”. Je wilt meer vrijheid, maar niet meer verantwoordelijkheid. De vrijheid in keuze maakt dat je zelf de enige verantwoordelijke bent als het mis loopt. Je kunt de schuld niet doorschuiven. Het leven in een meerkeuzemaatschappij heeft drie gevolgen:

  • het kost meer tijd om een keuze te maken;
  • de kans dat je niet de beste keuze maakt is groter;
  • je zult meer spijt hebben van de verkeerde keuze.

Als het gaat om kiezen, onderscheid de psychologie twee verschillende soorten mensen: de maximisers en de satisficers: maximisers willen alleen het allerbeste terwijl satisficers tevreden zijn met het eerste wat aan de voorwaarden voldoet. Een maximiser krijgt het moeilijk als er uit meer opties gekozen kan worden, het duurt langer en hij is minder tevreden na zijn keuze. Maximisers lopen zelfs een verhoogd risico op het oplopen van een depressie.



Maximisers geloven er in dat als je hard genoeg zoekt, de beste oplossing zal vinden. Dat is natuurlijk een illusie. Efficiënt is het niet: ze kunnen soms betere deals doen dan satisficers, maar kunnen ook vruchteloos achterblijven. Je neemt een risico door goede kansen te laten liggen, met het idee dat je er nog wel betere tegenkomt. Ook als maximisers de beste keuze maken, zijn ze er minder gelukkig mee dan een satisficer die voor goed genoeg heeft gekozen.

Iedereen is op bepaalde gebieden wel maximiser en er komen steeds meer gebieden bij. Neem nu de opvoeding van onze kinderen. Het beste is niet goed genoeg. Je gaat op zoek naar de  beste kinderwagen, de beste school, de beste sportclub, de mooiste kleren,… Ouders vinden deze keuzes steeds ingewikkelder. Ook hun kinderen krijgen te maken met diezelfde druk. Zij stellen belangrijke keuzes als trouwen, de keuze van een partner of het kopen van een huis uit, uit angst en twijfel.

De prijs die we betalen voor de grote keuzevrijheid, is de achteruitgang van de kwaliteit en de kwantiteit van onze sociale relaties. Vrienden kiezen is veel moeilijker dan op zoek gaan naar de beste confituur. We kunnen het vaak niet meer opbrengen om zo’n vriendschapsrelatie op te bouwen. Vriendschap de dag van vandaag is een losse band zonder al te veel verplichtingen. Je kan wel veel vrienden hebben, maar een hechte vriendschap op lange termijn komt minder vaak voor. We kiezen onze vrienden in functie van activiteiten: met de ene vriend ga ik graag op vakantie en met de andere ga ik graag naar de cinema. Ook in je liefdesleven is “tot de dood ons scheidt” zeldzamer geworden. Als we leven met het idee dat het altijd beter kan, bestaat de kans dat ook goede relaties vroeg verbroken worden.

Bronvermelding


Geen opmerkingen:

Een reactie posten