“De nog piepjonge Jeroen van Baar
(1990) studeerde psychologie en neurowetenschappen in Utrecht en Parijs. Zijn
succesboek ‘De Prestatiegeneratie’ zorgde voor een schokgolf bij iedereen die
prestatiegericht bezig is. Jeroen van Baar verdedigt de stelling dat er niks
mis is met middelmatigheid.”
Een interessante lezing, lijkt me. Zelf
ben ik ook bezig met steeds beter worden en meer willen. Wat doet dat nu eigenlijk met mij? Wat
zijn de gevolgen als het allemaal niet zou lukken? Ik ben erg benieuwd wat deze
jongeman allemaal te vertellen heeft.
De lezing ging door op maandag 13
oktober in het c-mine cultuurcentrum om 20u15.
Het streven naar perfectie, een
werkgever die steeds meer eist, blijven doorwerken in het weekend, geen tijd
nemen voor ontspanning,… Het lijkt me allemaal niet gezond, maar heel wat
mensen doen het. Tot ze op een bepaald moment zichzelf tegen komen. Er is de laatste tijd veel te doen rond
burn-out. Wat is dat eigenlijk precies? Hoe krijgt je dat? Hoe gaat het weer
weg?
Burn-out is een term uit de
psychologie wat betekent helemaal opgebrand te zijn. Iemand die het heeft, is
vaak niet meer in staat om de simpelste taken uit te voeren, of naar de koelkast te lopen om een lekker drankje te gaan halen, zonder compleet uitgeput te zijn.
De confrontatie die je met jezelf krijgt als je merkt dat je geen energie meer
hebt, een gebrek aan concentratie en zingeving is heel heftig. Buitenstaanders
kunnen dit vaak niet vatten. Dat komt omdat het slachtoffer van een burn-out
voorheen net erg energiek en opgewekt is en grenzen kan verleggen om een
pittige uitdaging niet uit de weg te gaan. Een verwaarlozing van een burn-out
kan leiden tot psychose, hartfalen of zelfmoord.
De term burn-out werd voor het eerst
begin jaren ’70 gebruikt door o.a. de Amerikaanse psychotherapeut Christina
Maslach. In haar opvatting bestaat een burn-out uit drie samenhangende
verschijnselen:
- uitputting (vermoeidheid in een ver gevorderd stadium);
- cynisme (wantrouwen tegen goede bedoelingen van iemand of overgevoeligheid van de gevolgen van je eigen daden);
- laag zelfbeeld over eigen competenties.
Vaak wordt er ook gesproken over een
vierde dimensie: een verminderde cognitieve vaardigheid. Heel belangrijk om
weten is dat een burn-out geen depressie is. Een burn-out is in hoofdzaak een
energiestoornis, terwijl een depressie stemmingsstoornis is.
Een burn-out is in de meeste gevallen jarenlange overbelasting of blootstelling aan stress op het werk, maar ook in
de privé-situatie. Het gaat vaak om mensen die echt alles in hun werk hebben
gestoken, maar weinig hebben terug gekregen. Ze hebben het gevoel dat ze niet
goed genoeg beloond worden voor hun prestaties. Hierdoor zakt hun motivatie met
als gevolg fysieke, geestelijke en emotionele uitputting. Mensen met een hogere
verantwoordelijkheidszin, overgevoelige mensen en perfectionisten lopen
meer risico.
Uit cijfers blijkt dat ongeveer een
half miljoen mensen in België (!) een burn-out zouden hebben. Daarnaast zijn er nog heel
wat werkenden uit de beroepsbevolking die nog een hoog risico lopen op een
burn-out. Ze kunnen onderverdeeld worden in acht groepen:
1: de perfectionisten (Ze willen
carrière maken, veel verantwoordelijkheden hebben en daar ook nog eens geen
fouten in maken.);
2: mensen die moeilijk tegen
verandering kunnen in hun werkomgeving (bv. een nieuwe baas of nieuwe
verantwoordelijkheden.);
3: mensen die hard werken en ook thuis
veel onder spanning staan. Er is geen plaats voor ontspanning en het is
moeilijk om je op je werk nog goed te kunnen concentreren. (bv. bij het
verwerken van een verlies.);
4: mensen die weinig besef hebben van
tijd;
5: mensen die heel hun leven naar
veiligheid hebben gezocht en plots geconfronteerd worden met onveiligheid (bv.
een stalker of een ontrouwe partner.);
6: mensen die zich verantwoordelijk
voelen voor anderen en geen nee kunnen zeggen;
7: erg gedreven mensen die niet kunnen
stoppen met werken;
Het zijn dus niet de mensen die niet
goed hun best doen op hun werk of onbekwaam zijn die een burn-out krijgen, maar
juist de perfectionisten en de goed gemotiveerde werknemers. Het komt over het
algemeen vaker voor bij 50 plussers, meer bij vrouwen dan bij mannen, maar ook
twintigers lijken tegenwoordig een risicogroep te vormen. Zij zijn nog maar pas
aan het werk en kunnen moeilijk “nee” zeggen tegen hun baas. Ook lijkt de
combinatie met hun druk sociaal leven er voor iets tussen te zitten. Waarom de
ene wel een burn-out krijgt een de andere niet, is moeilijk te zeggen. Zoals ik
hierboven al aanhaalde, kan het te maken hebben met de overgevoeligheid van een
mens. Ook stressbestendigheid speelt een rol. Het is nu eenmaal zo dat de ene
beter met een hogere werkdruk kan omgaan dan een andere.
Stress, overspanning en burn-out
worden vaak te pas en te onpas gebruikt. Het is niet meer duidelijk welk woord
je nu waarvoor moet gebruiken. Stress is iets wat niet schadelijk is.
Kortdurende stress kan zelfs bijdragen aan een succes, afhankelijk hoe je ermee
omgaat. Stress is gezond zolang je de eisen die je voor jezelf stelt niet hoger
zijn dan wat je aankunt. Het is moeilijk om algemeen te stellen wanneer stress
overspannenheid wordt. De gezonde stress is kortdurend, terwijl
overspannenheid een langdurige fase van stress is. Bij stress is het
energieniveau hoger dan normaal. Dat uit zich in hyperactiviteit en haastig
gedrag. Wanneer je langdurig met stress geconfronteerd wordt, verlies je orde en
overzicht. Je geraakt als persoon blijvend onrustig en wordt overspannen.
Als je de oorzaken van de spanning
wegneemt, kan de persoon weer op een normale manier functioneren. Er is dus
geen spraken meer van overspannenheid. Bij een burn-out is dat niet het geval.
Daar is het energieniveau aangetast en verlaagd door jezelf bloot te stellen
aan langdurige, soms dus jarenlange, spanningen. Je lichaam zegt dat het
afgelopen is, het kan niet meer.
Wat zijn de signalen die kunnen wijzen
op een burn-out?
Algemene kenmerken
|
Kenmerken in de
werksituatie
|
iedere dag na
activiteiten doodmoe zijn;
's morgens al moe zijn
(of moe naar het werk gaan);
geen zin meer hebben
om iets te doen (naar het werk te gaan);
hoofdpijn,
lusteloosheid, hartkloppingen, slapeloosheid;
concentratieproblemen;
gevoelens van
incompetentie
snel geïrriteerd raken
om de kleinste dingen.
|
opgejaagd reageren;
vaak doen van extra
werk;
zonder reden een
snipperdag nemen;
moe terug komen van
een (uitrust)vakantie;
steeds vaker werk
uitstellen;
snel geïrriteerd raken;
verminderde
concentratie;
onder of boven
zijn/haar niveau werken.
|
Of mensen effectief lijden aan een
burn-out, wordt vastgesteld met psychologische instrumenten, voornamelijk
ontworpen door psychotherapeut Maslach. Het instrument bestaat uit ongeveer 20
vragen die betrekking hebben op de drie dimensies van burn-out (zie bovenaan). Er
zijn verschillende versies in omloop: speciaal voor onderwijsgevenden, voor
contactuele beroepen en algemene versie voor alle andere beroepen. De scores
die voortkomen uit het invullen van de vragenlijsten, worden vergeleken met de
resultaten van normgroepen die de vragen eerder al hebben ingevuld. Een score
in de bovenste 25% t.o.v. de normgroep, indiceert een mogelijk burn-out. Een score
in bovenste 5% t.o.v. de normgroep zou echt een burn-out betekenen.
Psychotherapeut Maslach.
Een burn-out kan op vrij korte termijn
succesvol behandeld worden door wekelijks gedurende drie tot vier maanden in
therapie te gaan. Tijdens die sessies wordt er nagegaan wat er toe bijgedragen
heeft tot het ontstaan van de burn-out, bv. het hebben van “disfunctionele
gedachten” (bv. als ik niet hard werk, vindt niemand me aardig/competent/krijg
ik nooit een promotie/word ik ontslagen"). Daarna wordt er een overzicht
gemaakt van alle risicofactoren op het werk (bv. een hoge werkdruk, vaak
overuren moeten doen, een minder leuke sfeer op het werk,…) en aangepakt waar
mogelijk. Er wordt gestreefd om het slachtoffer zo snel mogelijk terug aan het
werk te krijgen, liefst nog tijdens de therapie. Het slachtoffer gedurende de
hele behandeling thuis te laten om terug op krachten te laten komen, heeft vaak
een averechts effect en kan leiden tot volledige arbeidsongeschiktheid. Het is
bovendien ook niet meer mogelijk om arbeidsongeschikt verklaard te worden door
een burn-out.
Door de therapie leer je beter voor
jezelf zorgen en meer balans te krijgen tussen privé en werk. Naast de therapie
is het ook belangrijk om je te leren ontspannen door bv. ontspannings- en
ademhalingsoefeningen of door te gaan sporten. Iemand met een burn-out heeft
iemand nodig die hem of haar stimuleert om de signalen serieus te nemen en waarmee
hij of zij iets ontspannend kan doen.
Waarom heeft een overvloed aan
keuzemogelijkheden een negatieve invloed op ons?
We leven in een maatschappij van
overvloed. Ga maar eens naar de Mediamarkt om een printer te kopen of naar de
Zara voor een nieuwe broek. Nooit eerder is de verscheidenheid aan merken en
soorten zo groot geweest. Denk ook maar eens aan het einde van het 6de
middelbaar. Welke studierichting ga je kiezen? Voor welke school ga je gaan? De
lijst is eindeloos, want je kan tegenwoordig perfect een studie in het
buitenland volgen. Een goede zaak? Eigenlijk niet, want het maakt ons verward,
onzeker en depressief.
Kiezen uit 30 alternatieven vraagt
heel wat inspanning van ons. Uit een studie blijkt dat een overaanbod kan
leiden tot vermijdingsgedrag. Onderzoekers deden een proef in een supermarkt.
Ze lieten één groep mensen maar liefst 24 verschillende soorten confituur
proeven en een andere groep 6 soorten. Uiteindelijk bleek dat de mensen die
veel keuze hadden veel minder geneigd waren om confituur te kopen terwijl de
mensen die minder keuze hadden dat juist wel deden. De overvloed aan keuze is
te moeilijk voor mensen en zorgt er gewoon voor dat we de keuze gaan mijden. Het
werkt verlammend.
Daarnaast blijkt dat een overvloed aan
keuze tot ontevredenheid leidt bij de gemaakte keuze. Hoe groter het aanbod,
hoe hoger onze verwachtingen zijn. We gaan er van uit dat één van de
mogelijkheden perfect zal zijn. Wanneer dat toch niet het geval blijkt te zijn,
is de teleurstelling en de ontevredenheid groot. De slechte keuze wordt niet
toegeschreven aan de hoeveelheid van het aanbod, maar wel aan het onvermogen om
de juiste keuze te maken. We zijn dus niet alleen ontevreden over de keuze,
maar ook over onszelf.
Hierboven beschrijf ik een beetje “de
paradox van de keuze”. Je wilt meer vrijheid, maar niet meer
verantwoordelijkheid. De vrijheid in keuze maakt dat je zelf de enige
verantwoordelijke bent als het mis loopt. Je kunt de schuld niet doorschuiven. Het
leven in een meerkeuzemaatschappij heeft drie gevolgen:
- het kost meer tijd om een keuze te maken;
- de kans dat je niet de beste keuze maakt is groter;
- je zult meer spijt hebben van de verkeerde keuze.
Als het gaat om kiezen, onderscheid de
psychologie twee verschillende soorten mensen: de maximisers en de satisficers:
maximisers willen alleen het allerbeste terwijl satisficers tevreden zijn met
het eerste wat aan de voorwaarden voldoet. Een maximiser krijgt het moeilijk
als er uit meer opties gekozen kan worden, het duurt langer en hij is minder
tevreden na zijn keuze. Maximisers lopen zelfs een verhoogd risico op het
oplopen van een depressie.
Maximisers geloven er in dat als je
hard genoeg zoekt, de beste oplossing zal vinden. Dat is natuurlijk een
illusie. Efficiënt is het niet: ze kunnen soms betere deals doen dan
satisficers, maar kunnen ook vruchteloos achterblijven. Je neemt een risico
door goede kansen te laten liggen, met het idee dat je er nog wel betere
tegenkomt. Ook als maximisers de beste keuze maken, zijn ze er minder gelukkig
mee dan een satisficer die voor goed genoeg heeft gekozen.
Iedereen is op bepaalde gebieden wel
maximiser en er komen steeds meer gebieden bij. Neem nu de opvoeding van onze
kinderen. Het beste is niet goed genoeg. Je gaat op zoek naar de beste kinderwagen, de beste school, de beste
sportclub, de mooiste kleren,… Ouders vinden deze keuzes steeds ingewikkelder. Ook
hun kinderen krijgen te maken met diezelfde druk. Zij stellen belangrijke
keuzes als trouwen, de keuze van een partner of het kopen van een huis uit, uit angst en twijfel.
De prijs die we betalen voor de grote
keuzevrijheid, is de achteruitgang van de kwaliteit en de kwantiteit van onze
sociale relaties. Vrienden kiezen is veel moeilijker dan op zoek gaan naar de
beste confituur. We kunnen het vaak niet meer opbrengen om zo’n
vriendschapsrelatie op te bouwen. Vriendschap de dag van vandaag is een losse
band zonder al te veel verplichtingen. Je kan wel veel vrienden hebben, maar
een hechte vriendschap op lange termijn komt minder vaak voor. We kiezen onze
vrienden in functie van activiteiten: met de ene vriend ga ik graag op vakantie
en met de andere ga ik graag naar de cinema. Ook in je liefdesleven is “tot de
dood ons scheidt” zeldzamer geworden. Als we leven met het idee dat het altijd
beter kan, bestaat de kans dat ook goede relaties vroeg verbroken worden.
Bronvermelding






Geen opmerkingen:
Een reactie posten