Hoe is de Eerste Wereldoorlog ontstaan?
Het Europa van 1914 ziet er heel
anders uit dan het Europa dat we nu, 100 jaar na de start van de “Groote
Oorlog” kennen. Daarom even een korte schets. Als je naar de kaart van Europa van
toen kijkt, valt het land Oostenrijk-Hongarije heel erg op. Het bevindt
zich in het midden van Europa en kennen we nu als twee aparte landen. Wat ook
opvalt, is dat er toen nog geen sprake was van Turkije. Het land en de gebieden
daarrond heette toen nog het Ottomaanse Rijk.
Ook Frankrijk, Engeland, Duitsland en
Rusland speelden een grote rol in Europa begin 1900. Het laatste grote
conflict voor WOI op het Europese
continent dateert uit 1870. Toen stonden Frankrijk en Duitsland lijnrecht
tegenover elkaar. Daarna leefden Europa relatief in vrede. Maar aan het begin
van de 20ste eeuw groeide de vijandigheid tussen de grote Europese
landen. Er waren constant ruzies over belangen in en buiten Europa (handel en
koloniën). Engeland, Frankrijk en Duitsland concurreerden met elkaar op het
gebied van handel en koloniën, terwijl Oostenrijk-Hongarije en Rusland zich
probeerden te mengen in de macht over de Balkan-landen. Wanneer landen ruzie met
elkaar hadden, gingen ze op zoek naar bondgenoten.
Aan het begin van de 20ste
eeuw was de Balkan erg onstabiel. Dat komt omdat het Ottomaanse Rijks meer en
meer macht verloor in dat gebied. Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Italië
probeerden macht te krijgen over de Balkan-landen. De Balkan werd toen al het
kruitvat van Europa genoemd omdat men toen al vreesden dat de bom daar zou gaan
ontploffen. Oostenrijk-Hongarije en Duitsland besloten bondgenoten te worden
voor als het te gevaarlijk zou zijn.
In 1908 viel Oostenrijk-Hongarije
Bosnië-Herzegovina binnen (Balkan). Rusland durfde niet te reageren omdat hun
bondgenoten, Frankrijk en Engeland, ook niet reageerden. In Servië kregen ze
ondertussen klamme handjes. Zij waren bang dat ze ook aangevallen zouden worden
door Oostenrijk-Hongarije. De Serviërs zochten steun bij Rusland. Zij spraken
af dat Rusland Servië zou helpen bij een eventuele aanval.
De Balkan behoorde dus tot het Turkse
Rijk, maar dat rijk viel uit elkaar. De landen uit de Balkan wilden niet langer
overheerst worden, ze wilden geen invloed van Oostenrijk-Hongarije of Rusland.
Zij hadden hun eigen wensen. Er ontstonden twee grote machtsblokken in Europa:
De geallieerden: Frankrijk, Engeland
en Rusland.
De centrale mogendheden: Duitsland,
Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk.
Oorzaken en omstandigheden
- Frankrijk verloor in 1870 de oorlog met Duitsland en wilde zich wreken. Zij moesten gebieden in het Oosten, Elzas en Lotharingen, afstaan aan Duitsland. De Fransen zaten hiermee in hun maag. Na de oorlog bouwde Frankrijk een sterk leger om zo snel mogelijk wraak te kunnen nemen op de Duitsers.
- De Duitse vlootbouw werd steeds groter en dat vond Engeland een bedreiging. Tot dat moment was Engeland de grote baas op zee.
- De Duitse eis om ook koloniën te mogen hebben, was een bedreiging voor zowel Engeland als Frankrijk. Deze laatste twee hadden veel overzeese koloniën. Frankrijk en Duitsland maakten ook steeds vaker ruzie over overzeese gebieden.
- Er heerste een strijd tussen Engeland en Duitsland over wie het machtigste industrieland zou worden. De Duitse industrie groeide heel snel en dat leverde veel concurrentie op voor de Engelse fabrieken.
- Het nationalisme nam in alle landen toen.
- De bewapening van alle landen nam ook toe.
De Eerste Wereldoorlog begon toen de
Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger, Franz Ferdinand en zijn vrouw werden
doodgeschoten in de stad Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina. Dat
land was dus sinds 1908 deel van Oostenrijk-Hongarije, maar Servië eiste het
land op. De moord werd gepleegd door een Bosniër, maar toch gaf
Oostenrijk-Hongarije Servië de schuld. Servië had immers plannen om gebieden in
de Balkan te veroveren. Oostenrijk-Hongarije verklaarde Servië de oorlog.
Doordat veel landen bondgenoten hadden
(zie hierboven), ging de bal al snel aan het rollen. Rusland gaf zijn steun aan
Servië, Oostenrijk-Hongarije kreeg dan weer steun van Duitsland, België kreeg
steun van Engeland,… Duitsland viel België in de zomer van 1914 binnen om via
een kortere weg Frankrijk te kunnen veroveren. België wou zich neutraal houden
en Engeland stond hiervoor garant. Daarom verklaarde dus ook Engeland de oorlog
aan Duitsland.
Welke rol speelde Koning Albert I
tijdens de Eerste Wereldoorlog?
Deze man probeerde met man en
macht de "Groote Oorlog" uit zijn land te houden. Enkele dagen voor de inval
schreef de koning eigenhandig nog een briefje naar de Duitse keizer. Hij sprak
hem aan met “Mijn liefste neef”. Koningin Elizabeth verbeterde het Duits nog
van de koning op het briefje. De Duitse legerstaf had op dat moment al een
oorlogsplan gemaakt en daar zou niet van afgeweken worden.
Alle staatshoofden van de Europese
landen waren neven van elkaar. Zo waren er ook banden tussen de Britse en de
Duitse koninklijke familie. Ze zagen elkaar op familiegebeurtenissen en andere
feestjes. Plots staat ze lijnrecht tegenover elkaar in een gewapend conflict.
Wanneer de eerste bommen vallen in
België, vlucht de koning met zijn familie van Brussel naar Antwerpen. Ze
verblijven daar in het paleis op de Meir. Koningin Elizabeth deed dat met
tegenzin. Zij wou in Brussel blijven om voor de eerste gewonden te zorgen. Als
de bombardementen ook Antwerpen bereiken, sturen de koning en de koningin de
kinderen op kostschool in Engeland. Wanneer ook de grondtroepen Antwerpen
naderen, moeten ook zij vluchten.
Ze houden halt in verschillende steden
om uiteindelijk aan de Belgische kust terecht te komen. Ook
daar zijn ze niet helemaal veilig. Pas vanaf het moment dat de ijzervlakte onder
water werd gezet, kon het Belgische leger de Duitsers een halt toeroepen. Overdag
zijn de koning en de koningin druk in de weer. De koning trekt naar het front
en de koningin naar het ziekenhuis waar ze zorg draagt voor de gewonden.
De koning volgde zijn regering in
ballingschap dus niet en bleef bij zijn soldaten in de loopgraven. Hij nam het
opperbevel over de Belgische strijdkrachten. Hij stond bekend voor zijn briljante en humane strategieën een zeer populair vorst in binnen- en
buitenland en zette België als ‘Brave Little Belgium’ op de wereldkaart. Eén
van die beslissingen was dat hij het Belgisch leger niet naar Frankrijk liet
terug trekken, maar naar de streek achter de ijzer. Hij weigerde zijn soldaten
als kanonnenvoer op te offeren, wat de andere opperbevelhebbers wel deden en
waardoor deze oorlog zoveel slachtoffers eiste. Door zijn inzet tijdens de
Groote Oorlog kreeg hij de bijnaam “Koning-soldaat”. Zijn vrouw werd
“koningin-verpleegster” genoemd.
Na de bezetting keren de koning en de
koningin terug naar Laken. Onderweg treffen ze een enorme ravage. Ze zijn
ontzet. Na vier jaar oorlog rijden Albert en Elizabeth onaangekondigd steden en
dorpen binnen die net bevrijd waren. De ontlading is enorm. Mensen vallen op
hun knieën voor het koninklijk paar.
Waarom staat de klaproos symbool voor de
Eerste Wereldoorlog?
Op 2 mei 1915 was de Canadese chirurg
John McCrea getuige van de begrafenis van zijn vriend, luitenant Alexis Helmer.
Helmer was één van de ruim 70.000 geallieerde slachtoffers van de Tweede Slag
om Ieper, de eerste veldslag waarbij het Duitse leger gifgas inzette. Het viel
McCrea tijdens de ceremonie op dat de graven van de gevallen soldaten
voornamelijk begroeid waren door klaprozen. Het inspireerde hem tot het
schrijven van “In Flanders Fields”, een gedicht over de oorlog en de dood.
“In Vlaanderens velden bloeien de
klaprozen
Tussen de kruisen, rij aan rij
die onze plek aangeven; en in de lucht
vliegen leeuweriken, nog steeds dapper
zingend
zelden gehoord te midden van het
kanongebulder
aan de grond.
Wij zijn de doden. Enkele dagen
geleden
leefden we nog, voelden de dageraad,
zagen de zon ondergaan
beminden en werden bemind en nu liggen
we
in Vlaanderens velden
Neem ons gevecht met de vijand weer
op:
Tot u gooien wij, met falende hand
de toorts; aan u om haar hoog te
houden
Als gij breekt met ons die sterven
zullen wij niet slapen, ook al bloeien
de klaprozen
Klaprozen groeien alleen als alle
andere planten in de buurt dood zijn. De zaden van de bloem kunnen heel lang op
de grond liggen voordat ze beginnen groeien. Dat doen ze alleen als de planten
en struiken uit de buurt weg zijn. Er zijn vaak klaprozen te zien op plaatsen
waar veel slooppuin in de grond ligt.
Bepaalde klaprozen kunnen ook gebruikt
worden om opium en morfine te maken. Morfine is pijnstillend en wordt vaak
gebruikt om de gewonde soldaten van hun pijn te bevrijden. De laatste zinnen
van het gedicht verwijzen naar de werking van morfine.
De bloem op zich zit ook vol met
symboliek. De kleur is rood, net als het bloed van de vele doden die tijdens de
oorlog zijn gevallen. De kern heeft een zwarte kleur, een teken van rouw. In
het hart van de bloem kan je ook een kruisteken waarnemen. Dat is het symbool
van lijden en verlossing.
De “Groote Oorlog” zorgde voor een
nieuwe manier van oorlogsvoering. Welke technologieën werden er voor het eerst
gebruikt?
Ik spits mij toe op drie nieuwe technologieën:
luchtvaart, gas en mijnen.
Luchtvaart
Voor de Eerste Wereldoorlog staat de
militaire luchtvaart nog in zijn kinderschoenen. De hoge pieten in het
leger zullen snel inzien welke rol het vliegwezen kan spelen in een nieuwe vorm
van oorlogsvoering.
Vrij snel worden vliegtuigen gebruikt
voor herkenningsopdrachten die met behulp van fototoestellen en radioposten
worden uitgevoerd. Ook bij de waarneming van posities, vijandelijke
activiteiten en bij de voorbereiding van aanvallen, zal de luchtvaart een grote
rol spelen. De Duitsers gebruikten in eerste instantie onbewapende toestellen,
vooral hun zeppelins. Daarnaast worden ook jachtvliegtuigen gebouwd. Deze
dienen om eigen vliegtuigen boven het vijandelijke grondgebied te begeleiden en om
vijandelijke vliegtuigen in de lucht te vernietigen. Tenslotte verschijnen er
ook bommenwerpers die strategische plaatsen en knooppunten kunnen bombarderen
vanuit de lucht.
Gas
In de omgeving van Ieper wordt in
april 1915 voor het eerst gifgas gebruikt door de Duitsers. Deze zone werd op
dat moment door Fransen en Canadesen gecontroleerd. Het gas zat in luchtflessen
samengeperst en werd via buizen van meters lang tot aan de vijandelijke linies
gebracht. Als het gas is vrijgekomen, moet de wind zijn werk doen. Later wordt
ook overgeschakeld op chemische bombardementen.
Het eerste gas dat werd gebruikt was
chloor. Dat zorgde voor irritatie van de luchtwegen en kon zelfs tot
verstikking leiden. Later gebruikten men fosfeen traansgas. De effecten van
deze gassen waren van voorbijgaande aard. In 1917 gebruikten de Duitsers
mosterdgas. Dat gas tast de slijmvliezen aan en veroorzaakt brandwonden tot de
derde graad.
Na de eerste gasaanvallen ging men op
zoek naar manieren op zicht te kunnen beschermen. De eerste vorm van
bescherming was heel erg primitief: een nat mondmaskertje. Deze bescherming
is onvoldoende en de ogen blijven natuurlijk vatbaar voor het gas. Later
ontwikkelden industriëlen mutsen en maskers van leer of rubber met een
reservoir waar de chemische producten in worden opgenomen en gezuiverd of
geneutraliseerd.
Mijnen
Naar het einde van de 19de
eeuw wordt het buskruit vervangen door andere chemische producten waardoor een
nieuw gebruik van mijnen mogelijk wordt. De explosieven worden via onderaardse
schachten tot onder de vijandelijke posities gebracht. Het verrassingseffect is
heel groot.
Hoe zag het leven er in de loopgraven
uit?
Vier jaar lang zitten de soldaten in
een onbeweeglijke stellingenoorlog ingegraven. Loopgraven bieden beschermen en
kunnen snel worden opgebouwd. Ze worden grotendeels ondergronds aangelegd. Toen
de ijzervlakte onder water kwam te staan, stonden dus ook de loopgraven onder
water. Zandzakjes bieden een oplossing waardoor de loopgraven deels boven de
grond kwamen te liggen.
Als je de loopgraven van bovenaf
bekijkt, zie je een zig-zag vorm. Die vorm dient als bescherming tegen
vijandelijk vuur. Tussen en rond de loopgraven worden kilometers prikkeldraad
gespannen. Met behulp van periscopen konden de soldaten de vijand bespioneren
zonder al te veel risico te nemen. Wanneer het regende werd een loopgraaf al
snel een rottende modderpoel.
Ondanks de bescherming blijft het
gevaar natuurlijk bestaan dat een loopgraaf beschoten, gebombardeerd,.. wordt.
De soldaten kregen ’s nachts ook te maken met desoriëntatie. Dat moet heel
angstaanjagend zijn geweest, zeker wanneer ze ’s nachts aangevallen werden. Het
leven in de loopgraven was alles behalve hygiënisch. De soldaten kregen last
van vlooien, luizen en vooral van ratten. Met die laatste dieren voerden ze een
ongelijke strijd. De soldaten roepen de hulp in van rattenhonden om de plaag te
bestrijden. De soldaten verveelden zich vaak. Pakjes sigaretten, brieven van
thuis, boeken en alcohol verzachtten de pijn.
De soldaten aan het front hebben een
beurtrol:
Één week vechten aan de frontlinie;
Semi-rust in de tweede linie. Daar
krijgen de soldaten oefeningen en taken;
Rust in de achterste stelling. Hier
krijgen de soldaten meer kans om te ontspannen: theater, sport en bibliotheek.
De voedselbevoorrading van de
frontlinie is niet verzekerd. Bij zonsondergang wordt de enige maaltijd
uitgereikt. Het is dan nog mogelijk dat het voedsel de soldaten niet bereikt,
bv. als er op dat moment een bombardement losbarst. Het eten is eentonig en
troosteloos. In 1917 komt er wat variatie in het eten door de haringvangst.
Bronvermelding
Boek 1914-1918 De Grote Oorlog






Geen opmerkingen:
Een reactie posten