De revolutieroute
Rudi Vranckx mag één van de beste journalisten van de VRT-nieuwsdienst genoemd worden. Hij houdt zich vooral bezig met conflictgebieden zoals Israël/Palestina, de Arabische Lente, de burgeroorlog in Syrië,… Hij riskeert soms letterlijk zijn leven om het nieuws tot bij ons te brengen. Zo geraakte hij meer dan één jaar geleden betrokken bij een bomaanslag in Syrië. Zijn Franse collega kwam om. Vranckx en zijn team konden net aan de dood ontsnappen.
Hij maakte voor Canvas ook al een aantal reportagereeksen, zoals “de vloek van Osama” en de reeks die ik hieronder verder zal bespreken, nl. “de revolutieroute”.
“Rudi Vranckx trekt langs de haarden van de Arabische revolutie. Hij zoekt uit wie de winnaars verliezers zijn, en kijkt naar de toekomst. Steeds vanuit de mens achter het grote verhaal, de gewone man wiens leven voorgoed een andere wending gekregen heeft.”
Tunesië is het eerste land waar de
Arabische lente is ontstaan. Het land is vrij westers en het toerisme doet het
goed. Hoe komt dan dat de
mensen daar in opstand zijn gekomen?
Rudi Vranckx
Tunesië is een vrij westers land. Het toerisme doet het bijzonder goed en de positie van de vrouw is, in vergelijking
met andere Noord-Afrikaanse landen, goed. De bevolking kan helaas niet
profiteren van het goede imago van het land. De werkloosheid en de
voedselprijzen zijn torenhoog, het is een corrupt land en er is veel censuur. In
Tunesië is er geen plaats voor kritische geluiden. Tegenstanders van president
Ben Ali, die het land al sinds eind jaren ’80 met harde hand regeert, worden
geïntimideerd of verdwijnen gewoon in de cel. Onder de elite groeit de
corruptie. Een kleine groep mensen maakt zich hierdoor erg rijk.
President Ben Ali
Mohammed Bouazizi, een jonge Tunesiër,
kon geen werk vinden. Daarom ging hij groenten en fruit verkopen in een
marktkraampje. Hier had hij echter geen vergunning voor. Zijn koopwaar werd
daarom door de politie in beslag genomen. Een vrouwelijke politieagent zou hem
ook een klap in het gezicht hebben verkocht. Waarschijnlijk moest hij smeergeld
betalen om te mogen blijven verkopen. Opmerkelijk is dat Bouazizi een
universitaire opleiding achter de rug had.
Toen hij klacht ging indienen bij de
politie, werd hij afgewimpeld. Bouazizi voelde zich vernederd en was ten einde
raad. Op 17 december 2010 besloot hij zichzelf in brand te steken in zijn
woonplaats Sidi Bouzid. Hij overleefde het niet. De jonge Tunesiër wordt nu wel
gezien als nationale held. Door zijn dood is heel Tunesië en de rest van de
Arabische wereld in opstand gekomen.
Hoewel de media in Tunesië erg gecensureerd
is door de politiek van toenmalig president Ben Ali, verspreidde het nieuws
zich razendsnel. De dag na de zelfverbranding van Bouazizi, kwamen heel wat
mensen op straat in Sidi Bouzid om te betogen tegen de werkloosheid en de
corruptie. Eind december bereikten de protesten ook de hoofdstad van Tunesië.
De protesten duurden dagen aan een
stuk. Ben Ali zette de politie en het leger in om de betogers uit elkaar te
drijven. Er vielen uiteindelijk meer dan vijftig doden. Ben Ali voelde dat het
einde nabij was en deed half januari een aantal toegevingen naar de bevolking
toe. Zo verlaagde hij de prijzen van een aantal voedingsproducten en verklaarde hij dat hij niet zal deelnemen aan de presidentverkiezingen van 2014. Ook beval hij de
politie en het leger geen vuurwapens meer te gebruiken tegen de demonstranten.
Blijkbaar waren die toegevingen lang
niet voldoende voor de Tunesiërs. De betogingen bleven duren. Bovendien kiezen
heel wat hoge pieten die eerst aan de kant van Ben Ali stonden, de kant van
de betogers. Half januari vlucht Ben Ali samen met zijn vrouw het land uit. Er komt
een regering van nationale eenheid aan de macht. In oktober 2011 vonden de
verkiezingen plaats. Dat waren de eerste vrije verkiezingen die Tunesië ooit
gekend heeft.
Ben Ali is veroordeeld tot een levenslange
gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de dood van meer dan 20 betogers
tijdens de opstanden in Tunesië. Hij zal zijn straf wel nooit moeten uitzitten.
Saoedi-Arabië, het land waar hij naartoe is gevlucht, weigert hem uit te
leveren. Heel wat andere medestanders van Ben Ali zijn de laatste tijd
veroordeeld tot celstraffen van maximum 15 jaar.
Libië is ook een vallend dominoblokje van de
Arabische lente. Waarom is de internationale gemeenschap tussen gekomen?
Dat lijkt me dan toch geen al te
verkeerde gast, die Khadaffi, of ben ik mis? Blijkbaar wel. In 1972 werd zijn
naam al gelinkt aan terroristische organisaties die heel wat aanslagen in
Europa hebben gepleegd, bv. de aanslag op de Israëlische sportploeg tijdens de
Olympische Spelen. In eigen land lijken de problemen erg op die van Tunesië,
zoals hierboven al besproken, en Egypte: grote werkloosheid, corruptie en
repressie wat voor veel onvrede zorgde bij de bevolking. Ook hier kan de
bevolking niet profiteren van de economie die goed draait (Libië is nl. een
belangrijke olieproducent). Een kleine groep elite, waaronder Khadaffi en zijn
familie, pronken met de meest luxueuze villa’s en auto’s, wat de ogen van de
bevolking natuurlijk uitsteekt.
Het Libië van kolonel Khadaffi is
gebaseerd op een ideologie die hij zelf heeft ontwikkeld, nl. het Arabisch
socialisme en het islamitisch socialisme. Het volk zou hierbij al de macht in
handen hebben en politieke partijen waren verboden. Mensen in Libië kenden een
hoge levensverwachting en de economie deed het bijzonder goed. Onderwijs en
gezondheidszorg werden gratis aangeboden. Hij streefde ook naar een strikte
naleving van de sharia, de islamitische wetgeving, en naar een samenleving waar
iedereen gelijk is en de economie geregeld wordt door de staat.
De opstand in Libië begon begin
februari 2011 in het Oosten van het land. Doordat er veel hoge legerofficieren
overstapten naar de kant van de rebellen, ging het in het begin heel vlot om de
macht in het Oosten te grijpen. Na twee weken bereikten de protesten de
hoofdstad Tripoli. Khadaffi voelde het einde naderen en zette alles op alles om zijn macht in het land terug te herstellen. Terwijl de rebellen het Oosten van
het land in handen hadden, gebruikte Khadaffi het leger en huurlingen om andere
delen van het land in zijn macht te houden. De mannen van Khadaffi waren zwaar
bewapend en richtten slachtingen aan tegen burgers.
In Libië verloor de Arabische lente
zijn onschuld. De troepen van Khadaffi begonnen in maart met een opmars in het
Oosten. De rebellen waren niet goed bewapend en konden de overmacht van de
regeringstroepen niet aan. Ze kregen stilaan weer verschillende steden,
waaronder Benghazi, in handen. Khadaffi dreigde ermee te vechten tot de laatste
kogel. Verschillende hulporganisaties zagen het uitdraaien op een ware
veldslag. Verschillende steden werden hard onder handen genomen door Khadaffi
met luchtbombardementen en artilleriebeschietingen. Hierbij werden
burgerdoelwitten niet gemeden.
Half maart besloot de internationale
gemeenschap, onder impuls van Frankrijk, in te grijpen bij de burgeroorlog. Men
kon niet blijven toezien hoe de regeringstroepen het rebellenbolwerk Benghazi
opnieuw in handen zouden nemen en voor nog meer onschuldige burgerslachtoffers
zouden zorgen. Op 17 maart 2011 keurde de VN-veiligheidsraad een resolutie goed
die de weg vrij maakte voor een militair ingrijpen in Libië. De operatie werd
Odysey Dawn genoemd. De operatie diende om het vliegverbod boven Libië te handhaven en ‘alle
noodzakelijke maatregelen’ om burgers te beschermen tegen de aanvallen van de
regeringstroepen.
Ook met de hulp van de NAVO hadden de
rebellen het erg moeilijk tegen de regeringstroepen. De NAVO bood enkel steun
vanuit de lucht, maar de rebellen waren op de grond slecht georganiseerd. Het duurde
uiteindelijk nog maanden vooraleer de rebellen de hoofdstad Tripoli en andere
bolwerken van Khadaffi konden innemen. Na een moeizame en intense strijd was
het Khadaffi-tijdperk eindelijk voorbij.
Eind oktober 2011 werd Khadaffi om het
leven gebracht door een samenwerking tussen de NAVO en de rebellen. Khadaffi werd
gedood bij een aanval op het konvooi waarmee hij probeerde zijn geboortestad
Sirte te ontvluchten.
Het leger heeft niet alleen de
politiek, maar ook de economie stevig in handen in Egypte. Ze hebben namelijk
meer dan 25% van de economie in handen. Als je in Egypte pasta of water gaat
kopen in een winkel, zou het goed kunnen zijn dat het werd vervaardigd door een
fabriek dat eigendom is van het leger.
Schokkende beelden over de arrestatie van Khadaffi.
Wat is er zo speciaal aan het leger in Egypte?
De opstand in Egypte brak uit in
januari en februari van 2011 en is sterk geïnspireerd op die van Tunesië en
Libië. De voornaamste redenen waarom de Egyptenaren de straat optrokken zijn
de volgende: geweld door de regering, werkloosheid, armoede, woning- en
voedseltekorten, corruptie, gebrek aan toekomstperspectief en de beperkte
vrijheid van meningsuiting.
Naast deze problemen, is er ook nog
een andere aanleiding voor de onrusten in Egypte. Begin januari werd Egypte
opgeschrikt door een aanslag tegen een Koptische kerk. Deze aanslag is gepleegd
door moslimextremisten, waarschijnlijk Islamitische Staat Irak (nu IS). De
dreiging was er al veel langer, maar de ordediensten traden niet of onvoldoende
op. Hierdoor kwamen boze koptische christenen op straat.
Half januari staken verschillende
Egyptenaren zich in brand om hun ongenoegen te uiten tegen het regime van
president Moebarak. Tienduizenden mensen kwamen op straat om hun steun te
betuigen. De ordediensten traden hard op en schoten zelfs met scherp. Er vielen
verschillende doden. Eind januari sloot ook het moslimbroederschap zich aan bij
de opstandelingen. Het probleem was dat de oppositie tegen Moebarak het niet
eens waren over hun eisen. Moebarak beloofde meer vrijheid en welvaart. Dat was
niet voldoende voor de betogers. Er voegden zich steeds meer mensen bij de
betogers en zij eisten het ontslag van Moebarak.
President Moebarak.
Begin februari kwam het tot een zware
clash tussen mede- en tegenstanders van Moebarak. De medestanders hadden het
ook gemunt op mensenrechtenorganisaties en journalisten. De betogers wisten
stand te houden en verdreven de medestanders van Moebarak van straat. Op 11
februari besloot Moebarak op te stappen en de macht over te dragen aan het
leger. De opperbevelhebber van het leger, Tantawi, werd daarmee waarnemend
president.
Het leger leefde al geruime tijd op
gespannen voet met Moebarak. Tijdens de revolutie hield het leger zich
afzijdig. Ze wou voorkomen dat Moebarak de macht overdroeg aan zijn zoon. Het leger
heeft de revolutie doen slagen uit eigenbelang en niet uit sympathie voor de
bevolking.
De moslimbroeder
(soennitische-islamitische politieke partij, worden vaak als terroristen
gezien, de Koran is hun wetboek) Morsi werd na de verkiezingen van 2012
president van Egypte. De president kreeg te maken met de politieke macht van
het leger: zo maakte het leger een interim-grondwet, daarin staat dat zij de
wetgevende macht in handen hebben, zij mogen een begroting opstellen, het leger
staat niet onder het gezag van de president,… Onder het bewind van Morsi ging
het niet beter met de economie en namen etnische spanningen toe. Morsi kwam ook
onder vuur te liggen omdat hij een wet goedkeurde waarin staat dat de
beslissingen die hij neemt, niet juridisch aangevochten kunnen worden. In juli
van 2013 zette het leger hem af omdat hij de eisen van de bevolking niet
tegemoetkomt.
Morsi heeft in één jaar tijd veel
schade aan zijn land toegebracht. Hij installeerde een ‘islamitisch
fascistisch’ bewind, waarbij alle overheidsinstellingen werden bemand door
extreme moslimbroeders. Hij heeft het volk of andere partijen nooit bij het
bestuur betrokken. Het geweld tegen vrouwen en minderheden piekte en de
economische crisis nam alleen maar toe. Op dit moment is Abdul Fatah al-Sisi
president in Egypte. Hij is een ex-militair en legde zijn functie neer om deel
te kunnen nemen aan de verkiezingen. De huidige president is helemaal geen
voorstander van het moslimbroederschap. De partij is verboden in Egypte en veel
moslimbroeders zijn gevangen genomen of vermoord.
President al-Sisi
Waar liggen de wortels van de
burgeroorlog in Syrië?
In navolging van Tunesië, Libië en
Egypte komen ook de Syriërs in opstand tegen hun leider Assad. Deze situatie
wordt steeds ingewikkelder. Daarom trek ik naar de wortels van het probleem.

De Koran.
Tot de 7de eeuw na Christus
kwam er een einde aan christelijke dominantie op de plaats wat we nu Syrië
noemen. Er ontstond een nieuwe wereldgodsdienst, de Islam. De profeet Mohammed
verenigde vele rivaliserende stammen en richtte een islamitisch rijk op
(kalifaat), waarvan hij zelf leider werd. Er ontstond al snel een conflict in de
nog jonge godsdienst. Na de dood van de profeet was er geen opvolging. Een
minderheid, de sjiieten, vond dat Ali de profeet moest opvolgen. Anderen
(soennieten) vonden dat de belangrijkste Schriftgeleerden een opvolger moesten
aanduiden. De sjiieten zijn aangewezen op het eigen intellect om de
islamitische wetten, de sharia, te interpreteren. Die is weggelegd voor de
ayatollah’s. De soennieten geloven enkel en alleen in het woord van Mohammed.
Na de Eerste Wereldoorlog komt Syrië
onder controle van Frankrijk te staan. Zij maken gebruik van de splitsing tussen
de sjiieten en de soennieten en de onderdrukking van een sjiietische
minderheid, de Alawieten (op dit moment 12% van de Syrische bevolking). Zij
hebben heel eigen opvattingen en gebruiken. In 1927 kwam er een
nationalistische opstand tegen de Fransen (soennitisch). De Fransen maakten
gebruik van negatieve gevoelens van Alawieten door de onderdrukking. De Fransen
rekruteerden de Alawieten in belangrijke posities van de ordediensten en konden
de opstand zo neerslaan.
Na de Tweede Wereldoorlog verlieten de
Franse Syrië voorgoed. De Alawieten hadden ondertussen veel macht opgebouwd,
bezaten veel geld en wapens. Ze namen de macht in Syrië dus over. Syrië had
geen ervaring zichzelf te regeren en er heerste veel chaos.
Syrië zocht toenadering tot de
Sovjet-Unie om de snel groeiende macht van Israël, gesteund door de VS, te
breken. Ondertussen heerste er ook het idee om alle Arabieren te verenigen in
één staat. Het idee kreeg steeds meer aanhang. In 1947 stichtte Hafez al-Assad,
de vader van de huidige Syrische leider, een eigen partij op. Zijn partij stond
achter de vereniging van alle Arabieren en gematigd socialisme. Hij wou de
chaos in zijn land stoppen en een groot Syrisch rijk stichten.
In 1966 werd hij na een staatsgreep
minister van Defensie. Hij maakte de nederlaag van Syrië en Egypte mee tegen
Israël tijdens een kortdurende oorlog. In 1970 pleegde hij samen met het leger
een nieuwe staatsgreep. De bevolking, sjiieten, soennieten, christenen en
Alawieten samen, was de instabiele politiek beu. Zij zagen in Assad de nieuwe
grote leider van Syrië. Assad profiteerde van de macht die zijn groep, de
Alawieten, hadden opgebouwd en versterkte die machtspositie alleen maar.
In de jaren ’70 werd Assad
alleenheerser van Syrië, gesteund door een enorm apparaat aan geheime politie.
Hij regeerde over Syrië op een seculiere manier. Dat wil zeggen: islamitische
denkbeelden mogen geen rol spelen en tegenspraak door islamitische groeperingen
(zoals de soennitische Moslimbroederschap) werd niet geduld. Er kwam al snel
verzet door de soennieten in de vorm van aanslagen, betogingen en opstanden.
Begin jaren ’80 kwam het bolwerk van
de Moslimbroeders, de stad Hama, zwaar onder vuur te liggen. De Moslimbroeders,
die grotendeels achter de opstanden zaten, werden tijdens betogingen daar op
straat neergeschoten door het Syrische leger (ook wel “Het bloedbad van Hama”
genoemd). De opstanden stopten wel, maar de Moslimbroeders zwoeren wraak.
Het Syrië van Assad werd gesteund door
de Sovjet-Unie en Iran. Zij zagen Syrië als tegengewicht voor de grote
Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten. Assad bleef aan de macht en de
onderdrukking van de soennitische meerderheid ging door tot 2000.
Bashar al-Assad, zoon van, kwam begin
2000 aan de macht. Er leek een nieuwe wind te gaan waaien in Syrië. Hij riep op
tot verzoening tussen de sjiieten en soennieten. Van deze wens kwam
uiteindelijk niks. Bovendien hervormde hij het economische systeem zo dat de
Alawietische elite steeds rijker werd. De armoede en ongelijkheid nam
uiteindelijk alleen maar toe. Veel soennitische plattelandsbewoners trokken
naar de stad om werk te zoeken, maar kregen geen voet aan grond omdat de
sjiietische Alawieten de economie in handen hadden.
President Assad.
Buitenlandse overheersing,
onderdrukking, armoede en de hoop naar hervormingen maakte van Syrië een
kruitvat. Door de omwentelingen in buurlanden ontplofte Syrië uiteindelijk.
Vele betogers kwamen ook hier weer op staart voor meer burgerrechten, politieke
hervormingen en het einde van het regime van Assad. Soennitische
legerdeserteurs begonnen samen met Syrische islamisten, uit de Syrische
Moslimbroederschap en salafisten, een gewapende strijd tegen het Syrische leger.
Wie is IS en wat wilt IS? Wat is het verband
met de burgeroorlog?
Voor ik het verband onderzoek tussen
IS en de burgeroorlog, ga ik eerst uitzoeken wie ze zijn. “IS is een jihadistisch-salafistische
militie en een zelfbenoemde staat, die delen van Syrië en Irak omvat.” Nog twee
begrippen die ik eerst ga uitklaren. “Jihad” is een islamitisch woord en
betekent letterlijk “hard werken om een doel te bereiken”. De jihad heeft
meerdere betekenissen, maar in deze context betekent het een gewapende strijd
tegen degenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij
bedreigen. Ze willen ook een uitbreiding tegen deze heerschappij door een
gewapende strijd tegen ongelovigen. Het salafisme is een extreme stroming
binnen de soennitische islam. Zij praktiseren de islam op een heel strikte manier.
Zij geloven enkel in het woord van de Koran en het woord van de profeet en
wordt daarom puriteins genoemd.
Het doel van IS kan kort omschreven
worden als de jihad tegen Amerika en iedereen die met hen samenwerkt,
waaronder de sjiieten. Daarnaast willen ze ook een islamitische staat stichten
in landen als Irak en Syrië. Niet-moslims, dus ook christenen, krijgen de keus
om zich te bekeren, een belasting te betalen of vermoord te worden. Dat geldt
ook voor niet-salafistische soennieten, sjiieten en andere “afwijkende”
stromingen binnen de islam.
Ondertussen heeft IS een islamitische
staat opgericht binnen een gebied van Irak. Hiervoor hebben ze veel mensen
vermoord, verkracht en ontvoerd. De strijd die ze voeren kan onmenselijk genoemd
worden. Ze rukken ook snel op in Syrië. Daarom heeft de internationale
gemeenschap beslist stellingen van IS vanuit de lucht aan te vallen. Op dit
moment (8/10) levert het nog maar weinig op.
Syrië zit sinds 2011 verwikkeld in een
burgeroorlog. Het is een kluwen geworden waar het nog moeilijk uit te maken is
wie aan wiens kant staat en waar ze precies voor vechten. Wat duidelijk is, is
dat de sjiietisch-alawietische regering van Assad weg moet. De soennitische
meerderheid voelt zich al jaren onderdrukt. Christenen en andere minderheden
proberen zich neutraal te houden en zichzelf toch te beschermen. Ondertussen is
het niet meer te overzien wie er tegen de regering vecht. De oppositie bestaat
uit rebellen (het Vrije Syrische Leger met veelal gematigde soennieten),
seculiere- en islamitische (waaronder IS) groeperingen. Er komt ook steeds meer
inmenging van buitenaf: Iran en Rusland steunen de regering van Assad terwijl
het westen de kant van de rebellen kiest. Binnen de etnisch religieuze
groeperingen zijn er dan ook nog eens voor- en tegenstanders van de regering,
wat resulteert in nog meer verschillende groeperingen.
Vanaf 2014 ontstaat er ook een strijd
tussen de rebellen, de salafisten van IS en andere groeperingen. In mei van dit
jaar begon IS effectief met strijd om een islamitische staat binnen Syrië. Op
dit moment heeft IS een aantal delen van Syrië onder controle. IS lijkt het dus
op te nemen voor de soennitische meerderheid binnen een land dat geregeerd
wordt door een sjiietische minderheid (dat is ook het geval in Irak), maar niet
alle soennieten volgen IS hierin.
Een strijder van IS die klaar staat om iemand te onthoofden.
Bronvermelding






Geen opmerkingen:
Een reactie posten