donderdag 2 oktober 2014

4 - De revolutieroute

De revolutieroute

Rudi Vranckx mag één van de beste journalisten van de VRT-nieuwsdienst genoemd worden. Hij houdt zich vooral bezig met conflictgebieden zoals Israël/Palestina, de Arabische Lente, de burgeroorlog in Syrië,… Hij riskeert soms letterlijk zijn leven om het nieuws tot bij ons te brengen. Zo geraakte hij meer dan één jaar geleden betrokken bij een bomaanslag in Syrië. Zijn Franse collega kwam om. Vranckx en zijn team konden net aan de dood ontsnappen.

Hij maakte voor Canvas ook al een aantal reportagereeksen, zoals “de vloek van Osama” en de reeks die ik hieronder verder zal bespreken, nl. “de revolutieroute”.


“Rudi Vranckx trekt langs de haarden van de Arabische revolutie. Hij zoekt uit wie de winnaars verliezers zijn, en kijkt naar de toekomst. Steeds vanuit de mens achter het grote verhaal, de gewone man wiens leven voorgoed een andere wending gekregen heeft.”


Rudi Vranckx

Tunesië is het eerste land waar de Arabische lente is ontstaan. Het land is vrij westers en het toerisme doet het goed. Hoe komt dan dat de mensen daar in opstand zijn gekomen?


Tunesië is een vrij westers land. Het toerisme doet het bijzonder goed en de positie van de vrouw is, in vergelijking met andere Noord-Afrikaanse landen, goed. De bevolking kan helaas niet profiteren van het goede imago van het land. De werkloosheid en de voedselprijzen zijn torenhoog, het is een corrupt land en er is veel censuur. In Tunesië is er geen plaats voor kritische geluiden. Tegenstanders van president Ben Ali, die het land al sinds eind jaren ’80 met harde hand regeert, worden geïntimideerd of verdwijnen gewoon in de cel. Onder de elite groeit de corruptie. Een kleine groep mensen maakt zich hierdoor erg rijk.


President Ben Ali

Mohammed Bouazizi, een jonge Tunesiër, kon geen werk vinden. Daarom ging hij groenten en fruit verkopen in een marktkraampje. Hier had hij echter geen vergunning voor. Zijn koopwaar werd daarom door de politie in beslag genomen. Een vrouwelijke politieagent zou hem ook een klap in het gezicht hebben verkocht. Waarschijnlijk moest hij smeergeld betalen om te mogen blijven verkopen. Opmerkelijk is dat Bouazizi een universitaire opleiding achter de rug had.

Toen hij klacht ging indienen bij de politie, werd hij afgewimpeld. Bouazizi voelde zich vernederd en was ten einde raad. Op 17 december 2010 besloot hij zichzelf in brand te steken in zijn woonplaats Sidi Bouzid. Hij overleefde het niet. De jonge Tunesiër wordt nu wel gezien als nationale held. Door zijn dood is heel Tunesië en de rest van de Arabische wereld in opstand gekomen.

Hoewel de media in Tunesië erg gecensureerd is door de politiek van toenmalig president Ben Ali, verspreidde het nieuws zich razendsnel. De dag na de zelfverbranding van Bouazizi, kwamen heel wat mensen op straat in Sidi Bouzid om te betogen tegen de werkloosheid en de corruptie. Eind december bereikten de protesten ook de hoofdstad van Tunesië.

De protesten duurden dagen aan een stuk. Ben Ali zette de politie en het leger in om de betogers uit elkaar te drijven. Er vielen uiteindelijk meer dan vijftig doden. Ben Ali voelde dat het einde nabij was en deed half januari een aantal toegevingen naar de bevolking toe. Zo verlaagde hij de prijzen van een aantal voedingsproducten en verklaarde hij dat hij niet zal deelnemen aan de presidentverkiezingen van 2014. Ook beval hij de politie en het leger geen vuurwapens meer te gebruiken tegen de demonstranten.

Blijkbaar waren die toegevingen lang niet voldoende voor de Tunesiërs. De betogingen bleven duren. Bovendien kiezen heel wat hoge pieten die eerst aan de kant van Ben Ali stonden, de kant van de betogers. Half januari vlucht Ben Ali samen met zijn vrouw het land uit. Er komt een regering van nationale eenheid aan de macht. In oktober 2011 vonden de verkiezingen plaats. Dat waren de eerste vrije verkiezingen die Tunesië ooit gekend heeft.


Ben Ali is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de dood van meer dan 20 betogers tijdens de opstanden in Tunesië. Hij zal zijn straf wel nooit moeten uitzitten. Saoedi-Arabië, het land waar hij naartoe is gevlucht, weigert hem uit te leveren. Heel wat andere medestanders van Ben Ali zijn de laatste tijd veroordeeld tot celstraffen van maximum 15 jaar. 



Libië is ook een vallend dominoblokje van de Arabische lente. Waarom is de internationale gemeenschap tussen gekomen?

Het Libië van kolonel Khadaffi is gebaseerd op een ideologie die hij zelf heeft ontwikkeld, nl. het Arabisch socialisme en het islamitisch socialisme. Het volk zou hierbij al de macht in handen hebben en politieke partijen waren verboden. Mensen in Libië kenden een hoge levensverwachting en de economie deed het bijzonder goed. Onderwijs en gezondheidszorg werden gratis aangeboden. Hij streefde ook naar een strikte naleving van de sharia, de islamitische wetgeving, en naar een samenleving waar iedereen gelijk is en de economie geregeld wordt door de staat.

Dat lijkt me dan toch geen al te verkeerde gast, die Khadaffi, of ben ik mis? Blijkbaar wel. In 1972 werd zijn naam al gelinkt aan terroristische organisaties die heel wat aanslagen in Europa hebben gepleegd, bv. de aanslag op de Israëlische sportploeg tijdens de Olympische Spelen. In eigen land lijken de problemen erg op die van Tunesië, zoals hierboven al besproken, en Egypte: grote werkloosheid, corruptie en repressie wat voor veel onvrede zorgde bij de bevolking. Ook hier kan de bevolking niet profiteren van de economie die goed draait (Libië is nl. een belangrijke olieproducent). Een kleine groep elite, waaronder Khadaffi en zijn familie, pronken met de meest luxueuze villa’s en auto’s, wat de ogen van de bevolking natuurlijk uitsteekt.

Kolonel Khadaffi

De opstand in Libië begon begin februari 2011 in het Oosten van het land. Doordat er veel hoge legerofficieren overstapten naar de kant van de rebellen, ging het in het begin heel vlot om de macht in het Oosten te grijpen. Na twee weken bereikten de protesten de hoofdstad Tripoli. Khadaffi voelde het einde naderen en zette alles op alles om zijn macht in het land terug te herstellen. Terwijl de rebellen het Oosten van het land in handen hadden, gebruikte Khadaffi het leger en huurlingen om andere delen van het land in zijn macht te houden. De mannen van Khadaffi waren zwaar bewapend en richtten slachtingen aan tegen burgers.

In Libië verloor de Arabische lente zijn onschuld. De troepen van Khadaffi begonnen in maart met een opmars in het Oosten. De rebellen waren niet goed bewapend en konden de overmacht van de regeringstroepen niet aan. Ze kregen stilaan weer verschillende steden, waaronder Benghazi, in handen. Khadaffi dreigde ermee te vechten tot de laatste kogel. Verschillende hulporganisaties zagen het uitdraaien op een ware veldslag. Verschillende steden werden hard onder handen genomen door Khadaffi met luchtbombardementen en artilleriebeschietingen. Hierbij werden burgerdoelwitten niet gemeden.

Half maart besloot de internationale gemeenschap, onder impuls van Frankrijk, in te grijpen bij de burgeroorlog. Men kon niet blijven toezien hoe de regeringstroepen het rebellenbolwerk Benghazi opnieuw in handen zouden nemen en voor nog meer onschuldige burgerslachtoffers zouden zorgen. Op 17 maart 2011 keurde de VN-veiligheidsraad een resolutie goed die de weg vrij maakte voor een militair ingrijpen in Libië. De operatie werd Odysey Dawn genoemd. De operatie diende om het vliegverbod boven Libië te handhaven en ‘alle noodzakelijke maatregelen’ om burgers te beschermen tegen de aanvallen van de regeringstroepen.

Ook met de hulp van de NAVO hadden de rebellen het erg moeilijk tegen de regeringstroepen. De NAVO bood enkel steun vanuit de lucht, maar de rebellen waren op de grond slecht georganiseerd. Het duurde uiteindelijk nog maanden vooraleer de rebellen de hoofdstad Tripoli en andere bolwerken van Khadaffi konden innemen. Na een moeizame en intense strijd was het Khadaffi-tijdperk eindelijk voorbij.   

Eind oktober 2011 werd Khadaffi om het leven gebracht door een samenwerking tussen de NAVO en de rebellen. Khadaffi werd gedood bij een aanval op het konvooi waarmee hij probeerde zijn geboortestad Sirte te ontvluchten.


Schokkende beelden over de arrestatie van Khadaffi.

Wat is er zo speciaal aan het leger in Egypte?

De opstand in Egypte brak uit in januari en februari van 2011 en is sterk geïnspireerd op die van Tunesië en Libië. De voornaamste redenen waarom de Egyptenaren de straat optrokken zijn de volgende: geweld door de regering, werkloosheid, armoede, woning- en voedseltekorten, corruptie, gebrek aan toekomstperspectief en de beperkte vrijheid van meningsuiting.

Naast deze problemen, is er ook nog een andere aanleiding voor de onrusten in Egypte. Begin januari werd Egypte opgeschrikt door een aanslag tegen een Koptische kerk. Deze aanslag is gepleegd door moslimextremisten, waarschijnlijk Islamitische Staat Irak (nu IS). De dreiging was er al veel langer, maar de ordediensten traden niet of onvoldoende op. Hierdoor kwamen boze koptische christenen op straat.

Half januari staken verschillende Egyptenaren zich in brand om hun ongenoegen te uiten tegen het regime van president Moebarak. Tienduizenden mensen kwamen op straat om hun steun te betuigen. De ordediensten traden hard op en schoten zelfs met scherp. Er vielen verschillende doden. Eind januari sloot ook het moslimbroederschap zich aan bij de opstandelingen. Het probleem was dat de oppositie tegen Moebarak het niet eens waren over hun eisen. Moebarak beloofde meer vrijheid en welvaart. Dat was niet voldoende voor de betogers. Er voegden zich steeds meer mensen bij de betogers en zij eisten het ontslag van Moebarak.


President Moebarak.

Begin februari kwam het tot een zware clash tussen mede- en tegenstanders van Moebarak. De medestanders hadden het ook gemunt op mensenrechtenorganisaties en journalisten. De betogers wisten stand te houden en verdreven de medestanders van Moebarak van straat. Op 11 februari besloot Moebarak op te stappen en de macht over te dragen aan het leger. De opperbevelhebber van het leger, Tantawi, werd daarmee waarnemend president.

Het leger leefde al geruime tijd op gespannen voet met Moebarak. Tijdens de revolutie hield het leger zich afzijdig. Ze wou voorkomen dat Moebarak de macht overdroeg aan zijn zoon. Het leger heeft de revolutie doen slagen uit eigenbelang en niet uit sympathie voor de bevolking.

De moslimbroeder (soennitische-islamitische politieke partij, worden vaak als terroristen gezien, de Koran is hun wetboek) Morsi werd na de verkiezingen van 2012 president van Egypte. De president kreeg te maken met de politieke macht van het leger: zo maakte het leger een interim-grondwet, daarin staat dat zij de wetgevende macht in handen hebben, zij mogen een begroting opstellen, het leger staat niet onder het gezag van de president,… Onder het bewind van Morsi ging het niet beter met de economie en namen etnische spanningen toe. Morsi kwam ook onder vuur te liggen omdat hij een wet goedkeurde waarin staat dat de beslissingen die hij neemt, niet juridisch aangevochten kunnen worden. In juli van 2013 zette het leger hem af omdat hij de eisen van de bevolking niet tegemoetkomt.


Morsi heeft in één jaar tijd veel schade aan zijn land toegebracht. Hij installeerde een ‘islamitisch fascistisch’ bewind, waarbij alle overheidsinstellingen werden bemand door extreme moslimbroeders. Hij heeft het volk of andere partijen nooit bij het bestuur betrokken. Het geweld tegen vrouwen en minderheden piekte en de economische crisis nam alleen maar toe. Op dit moment is Abdul Fatah al-Sisi president in Egypte. Hij is een ex-militair en legde zijn functie neer om deel te kunnen nemen aan de verkiezingen. De huidige president is helemaal geen voorstander van het moslimbroederschap. De partij is verboden in Egypte en veel moslimbroeders zijn gevangen genomen of vermoord.

President al-Sisi

Het leger heeft niet alleen de politiek, maar ook de economie stevig in handen in Egypte. Ze hebben namelijk meer dan 25% van de economie in handen. Als je in Egypte pasta of water gaat kopen in een winkel, zou het goed kunnen zijn dat het werd vervaardigd door een fabriek dat eigendom is van het leger.

Waar liggen de wortels van de burgeroorlog in Syrië?

In navolging van Tunesië, Libië en Egypte komen ook de Syriërs in opstand tegen hun leider Assad. Deze situatie wordt steeds ingewikkelder. Daarom trek ik naar de wortels van het probleem.

De Koran.


Tot de 7de eeuw na Christus kwam er een einde aan christelijke dominantie op de plaats wat we nu Syrië noemen. Er ontstond een nieuwe wereldgodsdienst, de Islam. De profeet Mohammed verenigde vele rivaliserende stammen en richtte een islamitisch rijk op (kalifaat), waarvan hij zelf leider werd. Er ontstond al snel een conflict in de nog jonge godsdienst. Na de dood van de profeet was er geen opvolging. Een minderheid, de sjiieten, vond dat Ali de profeet moest opvolgen. Anderen (soennieten) vonden dat de belangrijkste Schriftgeleerden een opvolger moesten aanduiden. De sjiieten zijn aangewezen op het eigen intellect om de islamitische wetten, de sharia, te interpreteren. Die is weggelegd voor de ayatollah’s. De soennieten geloven enkel en alleen in het woord van Mohammed.

Na de Eerste Wereldoorlog komt Syrië onder controle van Frankrijk te staan. Zij maken gebruik van de splitsing tussen de sjiieten en de soennieten en de onderdrukking van een sjiietische minderheid, de Alawieten (op dit moment 12% van de Syrische bevolking). Zij hebben heel eigen opvattingen en gebruiken. In 1927 kwam er een nationalistische opstand tegen de Fransen (soennitisch). De Fransen maakten gebruik van negatieve gevoelens van Alawieten door de onderdrukking. De Fransen rekruteerden de Alawieten in belangrijke posities van de ordediensten en konden de opstand zo neerslaan.

Na de Tweede Wereldoorlog verlieten de Franse Syrië voorgoed. De Alawieten hadden ondertussen veel macht opgebouwd, bezaten veel geld en wapens. Ze namen de macht in Syrië dus over. Syrië had geen ervaring zichzelf te regeren en er heerste veel chaos.

Syrië zocht toenadering tot de Sovjet-Unie om de snel groeiende macht van Israël, gesteund door de VS, te breken. Ondertussen heerste er ook het idee om alle Arabieren te verenigen in één staat. Het idee kreeg steeds meer aanhang. In 1947 stichtte Hafez al-Assad, de vader van de huidige Syrische leider, een eigen partij op. Zijn partij stond achter de vereniging van alle Arabieren en gematigd socialisme. Hij wou de chaos in zijn land stoppen en een groot Syrisch rijk stichten.

In 1966 werd hij na een staatsgreep minister van Defensie. Hij maakte de nederlaag van Syrië en Egypte mee tegen Israël tijdens een kortdurende oorlog. In 1970 pleegde hij samen met het leger een nieuwe staatsgreep. De bevolking, sjiieten, soennieten, christenen en Alawieten samen, was de instabiele politiek beu. Zij zagen in Assad de nieuwe grote leider van Syrië. Assad profiteerde van de macht die zijn groep, de Alawieten, hadden opgebouwd en versterkte die machtspositie alleen maar.

In de jaren ’70 werd Assad alleenheerser van Syrië, gesteund door een enorm apparaat aan geheime politie. Hij regeerde over Syrië op een seculiere manier. Dat wil zeggen: islamitische denkbeelden mogen geen rol spelen en tegenspraak door islamitische groeperingen (zoals de soennitische Moslimbroederschap) werd niet geduld. Er kwam al snel verzet door de soennieten in de vorm van aanslagen, betogingen en opstanden.

Begin jaren ’80 kwam het bolwerk van de Moslimbroeders, de stad Hama, zwaar onder vuur te liggen. De Moslimbroeders, die grotendeels achter de opstanden zaten, werden tijdens betogingen daar op straat neergeschoten door het Syrische leger (ook wel “Het bloedbad van Hama” genoemd). De opstanden stopten wel, maar de Moslimbroeders zwoeren wraak.

Het Syrië van Assad werd gesteund door de Sovjet-Unie en Iran. Zij zagen Syrië als tegengewicht voor de grote Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten. Assad bleef aan de macht en de onderdrukking van de soennitische meerderheid ging door tot 2000.

Bashar al-Assad, zoon van, kwam begin 2000 aan de macht. Er leek een nieuwe wind te gaan waaien in Syrië. Hij riep op tot verzoening tussen de sjiieten en soennieten. Van deze wens kwam uiteindelijk niks. Bovendien hervormde hij het economische systeem zo dat de Alawietische elite steeds rijker werd. De armoede en ongelijkheid nam uiteindelijk alleen maar toe. Veel soennitische plattelandsbewoners trokken naar de stad om werk te zoeken, maar kregen geen voet aan grond omdat de sjiietische Alawieten de economie in handen hadden.


President Assad.

Buitenlandse overheersing, onderdrukking, armoede en de hoop naar hervormingen maakte van Syrië een kruitvat. Door de omwentelingen in buurlanden ontplofte Syrië uiteindelijk. Vele betogers kwamen ook hier weer op staart voor meer burgerrechten, politieke hervormingen en het einde van het regime van Assad. Soennitische legerdeserteurs begonnen samen met Syrische islamisten, uit de Syrische Moslimbroederschap en salafisten, een gewapende strijd tegen het Syrische leger.

Wie is IS en wat wilt IS? Wat is het verband met de burgeroorlog?

Voor ik het verband onderzoek tussen IS en de burgeroorlog, ga ik eerst uitzoeken wie ze zijn. “IS is een jihadistisch-salafistische militie en een zelfbenoemde staat, die delen van Syrië en Irak omvat.” Nog twee begrippen die ik eerst ga uitklaren. “Jihad” is een islamitisch woord en betekent letterlijk “hard werken om een doel te bereiken”. De jihad heeft meerdere betekenissen, maar in deze context betekent het een gewapende strijd tegen degenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigen. Ze willen ook een uitbreiding tegen deze heerschappij door een gewapende strijd tegen ongelovigen. Het salafisme is een extreme stroming binnen de soennitische islam. Zij praktiseren de islam op een heel strikte manier. Zij geloven enkel in het woord van de Koran en het woord van de profeet en wordt daarom puriteins genoemd.

Het doel van IS kan kort omschreven worden als de jihad tegen Amerika en iedereen die met hen samenwerkt, waaronder de sjiieten. Daarnaast willen ze ook een islamitische staat stichten in landen als Irak en Syrië. Niet-moslims, dus ook christenen, krijgen de keus om zich te bekeren, een belasting te betalen of vermoord te worden. Dat geldt ook voor niet-salafistische soennieten, sjiieten en andere “afwijkende” stromingen binnen de islam.

Ondertussen heeft IS een islamitische staat opgericht binnen een gebied van Irak. Hiervoor hebben ze veel mensen vermoord, verkracht en ontvoerd. De strijd die ze voeren kan onmenselijk genoemd worden. Ze rukken ook snel op in Syrië. Daarom heeft de internationale gemeenschap beslist stellingen van IS vanuit de lucht aan te vallen. Op dit moment (8/10) levert het nog maar weinig op.

Syrië zit sinds 2011 verwikkeld in een burgeroorlog. Het is een kluwen geworden waar het nog moeilijk uit te maken is wie aan wiens kant staat en waar ze precies voor vechten. Wat duidelijk is, is dat de sjiietisch-alawietische regering van Assad weg moet. De soennitische meerderheid voelt zich al jaren onderdrukt. Christenen en andere minderheden proberen zich neutraal te houden en zichzelf toch te beschermen. Ondertussen is het niet meer te overzien wie er tegen de regering vecht. De oppositie bestaat uit rebellen (het Vrije Syrische Leger met veelal gematigde soennieten), seculiere- en islamitische (waaronder IS) groeperingen. Er komt ook steeds meer inmenging van buitenaf: Iran en Rusland steunen de regering van Assad terwijl het westen de kant van de rebellen kiest. Binnen de etnisch religieuze groeperingen zijn er dan ook nog eens voor- en tegenstanders van de regering, wat resulteert in nog meer verschillende groeperingen.


Vanaf 2014 ontstaat er ook een strijd tussen de rebellen, de salafisten van IS en andere groeperingen. In mei van dit jaar begon IS effectief met strijd om een islamitische staat binnen Syrië. Op dit moment heeft IS een aantal delen van Syrië onder controle. IS lijkt het dus op te nemen voor de soennitische meerderheid binnen een land dat geregeerd wordt door een sjiietische minderheid (dat is ook het geval in Irak), maar niet alle soennieten volgen IS hierin.


Een strijder van IS die klaar staat om iemand te onthoofden.

Bronvermelding


Geen opmerkingen:

Een reactie posten