Het
boek
In “Mijn status is positief” brengen
Annemie Struyf en Lieve Blanckaert verschillende Kenianen in woord en beeld die
seropositief of al in een vergevorderd aidsstadium zijn beland. Het boek
bestaat grotendeels uit getuigenissen. De schrijfstijl daarvan is levensecht.
De beelden hebben vaak weinig met de woorden te maken, maar ze zijn daarom niet
minder mooi.
Annemie en Lieve worden op de
luchthaven van de Keniaanse hoofdstad Nairobi opgevangen door Achieng. Zij
begeleidt Annemie en Lieve doorheen hun reis. Achieng zit al in het aidsstadium
én ze heeft veel last van malaria-aanvallen. Ze zorgt niet alleen voor haar
eigen kinderen, maar ook voor de kinderen van haar overleden zussen.
Doodsoorzaak: aids… Achieng staat er alleen voor, want ook haar man is
overleden aan, jawel, aids.
Achieng brengt Annemie en Lieve in
contact met seropositieven. De “gewone” mensen, prostituees, criminelen,… stuk
voor stuk hebben ze hun eigen, vaak dramatisch, verhaal. Toch zijn er heel wat
raakpunten: armoede, miserie, geweld en vooral hiv.
Enkele weken voor de komst van Annemie
en Lieve kreeg Achieng er een kind bij. Ze vond het kind letterlijk in een
mandje en ze nam haar uiteindelijk mee naar huis. Hope, zo heet het kindje, zal
doorheen het boek een belangrijke rol spelen. “Je neemt nieuw leven in huis om
je eigen dood te bezweren.”, zei één van haar andere kinderen tegen Achieng. En
zo voelde Achieng het ook aan. Maar Hope geeft zo veel: hoop, liefde, geluk,
geen oordeel,… en kost amper iets. Achieng vraagt zich af wat er met Hope moet
gebeuren als zij er niet meer zal zijn. Want ooit zal de dag komen dat ze niet
langer met aids kan leven. Annemie en Lieve zijn helemaal verkocht van Hope. Al
snel smeden ze plannen om het kindje te adopteren. Lieve haakt af, maar Annemie
zet door en wat later heeft ze een vijfde kind bij in haar kroost.
In het tweede deel van het boek keren
Annemie en Lieve terug naar België. Hier krijg je een blik over hoe de
adoptieprocedure loopt en over hoe Hope in het gezin van Annemie wordt
opgenomen. Verder brengt het boek nog getuigenissen van seropositieven uit
België. Hier merk je een groot verschil tussen de levensomstandigheden van de
mensen hier en de mensen in Kenia. Ook de manier van besmetting heeft weinig
overeenkomsten.
Wat is het verschil tussen hiv en
aids?

Hiv/aids is met grote voorsprong
de meest gevaarlijke seksuele overdraagbare aandoeningen. Niet alleen in de
wereld, maar ook in België vormt het een grote dreiging voor de
volksgezondheid. In België duiken er dagelijks bijna drie nieuwe besmettingen
op (2003). De wetenschap staat al ver. Men weet hoe de ziekte wordt
overgedragen en het is in vergelijking met andere ziektes vrij gemakkelijk te
voorkomen, nl. door condoomgebruik.
Hiv, het Humam Immunodeficiency
Virus, is de ziekte die aids veroorzaakt. Letterlijk vertaalt: menselijk
immuundeficiëntievirus. Het virus zorgt voor een verstoring van het
immuunsysteem, het natuurlijke afweersysteem van het menselijk lichaam. Het
lichaam wordt hierdoor kwetsbaar voor zelfs de kleinste infectie. Een drager
van deze ziekte noemt men een seropositieve.
Aids is een afkorting voor een
Engelse term: Acquired Immune Deficiency Syndrome. Letterlijk vertaalt:
verworven immuundeficiëntie syndroom. Je kunt deze ziekte niet oplopen. Het is
dus geen erfelijke aandoening. Je kunt hem wel verwerven. Het afweersysteem
functioneert niet naar behoren. Hierdoor is het lichaam erg kwetsbaar. Aids kan
op verschillende manieren tot uiting komen door verschillende symptomen en
ziektebeelden. Daarom wordt het een syndroom genoemd.
Iemand die hiv heeft, merkt dat
in het begin amper. Kort durende griepachtige klachten zijn wel mogelijk, maar
soms duurt het jaren voor er ergere ziektes vastgesteld worden. Het lichaam is
door hiv dan zodanig aangetast dat seropositieven ziektes krijgen die “gewone”
mensen zelden of niet krijgen. Op dat moment spreekt men van aids.
Hoewel er dus geen vaste symptomen zijn bij hiv, krijg je in onderstaan filmpje een overzicht van de symptomen die KUNNEN optreden.
Hoewel er dus geen vaste symptomen zijn bij hiv, krijg je in onderstaan filmpje een overzicht van de symptomen die KUNNEN optreden.
Help alle onwetendheid de wereld uit… op welke manieren kan je met hiv besmet geraken?
Hoewel deze aandoening al 30 jaar
bestaat, is de onwetendheid omtrent de overdracht nog altijd zeer groot.
Sommige mensen denken dat het mogelijk is om hiv te krijgen door te (tong)zoenen of zelfs door handen te schudden. Dat is natuurlijk helemaal niet waar.
Niet wie je bent, maar wat je
doet bepaalt of je met het virus besmet kunt geraken. Er is dus spraken van
risicogedrag. Alleen een virusdrager kan het virus doorgeven. Let wel op: niet
elke virusdrager weet dat hij besmet is! Het virus wordt overgedragen wanneer
jouw bloedstroom in contact komt met bloed, sperma of vaginaal glijvocht van de
virusdrager. Die overdracht gebeurt via risicogedrag: alle vormen waarop je die contacten maakt.
Bloed-bloed contact
De meeste besmettingen door
bloedcontact gebeuren via intraveneus druggebruik (spuiten). Geïnfecteerd bloed
komt zo rechtstreeks in de bloedbaan terecht.
Ook door prik- en snijaccidenten
is hiv-besmetting mogelijk. Kans op besmetting door een prik- en snijaccident
met een hiv besmette naald ligt rond 1 op 300.
Wanneer je huid niet intact is, is
er ook tijdens wondverzorging kans op besmetting. Gebruik daarom steeds latex
handschoenen!

De kans op een infectie door een
bloedtransfusie of orgaantransplantatie is bij ons in het Westen bijzonder
klein (o.w.v. strenge controles van bloeddonoren).
Bloed-slijmvliescontact
Er is ook besmetting mogelijk
wanneer er besmet bloed in contact komt met de slijmvliezen van de ogen, de
neus en de mond (keelholte). Om het besmettingsrisico zo laag mogelijk te
houden, dient men direct te spoelen met water. Mond en mond beademing is veilig
indien er geen bloed aanwezig is.
Moeder op kind
Men schat dat ongeveer 1/3 van de
transmissies in de baarmoeder plaatsvindt (meestal op het einde van de
zwangerschap) vindt terwijl 2/3 van de transmissie op het ogenblik van de
bevalling gebeurt.
Volgens recente studies zou een
keizersnede uitgevoerd voor het begin van de weeën met minimale bloeding
en contact met bloed, de hiv-overdracht zeer sterk verminderen. Wanneer
een keizersnede gecombineerd wordt met het toedienen van AZT (antiviraal
middel) wordt de transmissie verminderd van 29% naar 1.5 %.
Het beste resultaat bekomt men
wanneer de medicatie wordt toegediend vanaf de 16de week van de zwangerschap
t.e.m. de bevalling. Ook de baby krijgt antivirale middelen toegediend tot 6
weken na z’n geboorte.
Door de moedermelk
Seksueel contact
Besmetting is mogelijk door :
- sperma (hoge concentratie virus) ;
- menstruatiebloed (hoge
concentratie virus) ;
- voorvocht (middelmatig hoge
concentratie virus) ;
- vaginaal vocht (middelmatig hoge
concentratie virus).
Bij verschillende vormen van
seksueel contact kan het virus in het lichaam binnendringen via de
slijmvliezen. Er zijn ook nog andere vormen van seks waarbij contacten tussen
bloed, slijmvliezen en sperma of vaginaal vocht gemaakt worden en dus ook het
gevaar van besmetting inhouden. (dus ook bij orale seks e.d.)
Hiv en kinderen… een goede combinatie?
Voor iemand met hiv is het
perfect mogelijk om kinderen te krijgen. Dankzij de medische revolutie en een
goede begeleiding kan je voorkomen dat je partner en je baby besmet geraakt met
hiv. De kans dat je kind het virus overkrijgt, bedraagt 2%.
Je bent een man met hiv
- Sperma van een seropositieve man
kan virusvrij gemaakt worden. Daarna wordt de vrouw kunstmatig bevrucht. Er is
nog geen enkele besmetting vastgesteld bij deze techniek.
- In sommige gevallen is het
mogelijk dat je zonder condoom met je partner mag vrijen. Je moet dan wel aan
enkele voorwaarden voldoen, o.a. een ondedecteerbare virale lading. Een virus
is ondetecteerbaar wanneer er minder hiv-virus per milliliter in het bloed aanwezig
is dan de gevoeligheid van de specifieke test op de virale lading toelaat. Je blijft
dus langer gezond en bent amper nog besmettelijk.
- Wanneer je partner geen hiv
heeft, is het gevaar dat de baby met hiv op de wereld komt uiterst klein.
Je bent een vrouw met hiv
- Het is mogelijk om je partner
niet te besmetten. De sperma van je partner wordt opgevangen en kunstmatig bij de
vrouw ingebracht. In sommige gevallen mag er zonder condoom gevreeën worden,
maar dat moet besproken worden met een arts.
- Intensieve medische begeleiding
is noodzakelijk. De kans dat het kind dat met hiv op de wereld komt, is kleiner
dan 2%.
- Het is mogelijk dat je moet
overschakelen op andere hiv-remmers.
PEP is een cocktail van
aidsremmers die kunnen voorgeschreven worden indien je een groot risico hebt
gelopen. Indien je binnen 72 uur een dokter consulteert, is het mogelijk
hiervoor in aanmerking te komen. Je zal dan één maand lang deze medicatie
moeten innemen om de transmissie van hiv te onderdrukken of te voorkomen. Hier
zijn nevenwerkingen aan verbonden en bovendien biedt PEP geen garantie dat je
niet besmet zal geraken. Na zes maanden en drie weken word je opnieuw getest
op hiv.
Wanneer en hoe kan je je laten
testen op hiv?
Pas drie maanden na het laatste
risicocontact kunnen er genoeg antistoffen in het bloed worden aangetroffen om
een aidstest (Elisa test) uit te voeren. Op dat ogenblik heb je 98% zekerheid
over een mogelijke besmetting. Wil je 100% zekerheid, dan moet je wachten tot
zes maanden na het laatste risicocontact.
Opgelet: als iemand onlangs
besmet werd, ligt het virusgehalte in het bloed en in de lichaamsvochten zeer
hoog. De persoon is in de eerste 3 maanden na het risicocontact extra
besmettelijk, ook al kan men nog geen antistoffen aantonen in zijn bloed en is
hij of zij nog niet seropositief.
Een persoon kan al vanaf de dag
na de besmetting het virus doorgeven.
Als bij de eerste test, de zogenaamde.
Elisa-test, geen antistoffen worden gevonden, dan wordt het resultaat als
negatief omschreven en is er geen bevestiging nodig. Als deze eerste
antistoffen-test echter positief is, dan moet dit bevestigd worden door een
tweede test, de Western Blott test (bevestigingstest). Als beide tests een
positieve uitslag geven, dan wordt het resultaat “positief” genoemd. D.w.z. dat
er hiv-antistoffen werden gevonden en dat deze persoon besmet is met hiv.
Dit betekent dat deze persoon een hiv-infectie heeft opgelopen. Het wil niet
zeggen dat hij of zij aids heeft.
Waar wonen de meeste met
hiv/aids? Wat is het verschil bij vrouwen en bij mannen?
Onderstaande cartogram geeft het
aantal hiv-besmettingen weer over heel de wereld. Hoe groter het
land/continent, hoe hoger het aantal hiv-besmettingen.
Het is overduidelijk dat het
pijnpunt in Afrika ligt. De cijfers zijn dramatisch: 65 tot 70% van alle
hiv-besmette mensen leven in Afrika, en 70 tot 75% van de aidsdoden zijn
Afrikaans. Het probleem is daar ook groter bij vrouwen dan bij mannen.
Er zijn niet alleen natuurlijke
ongelijkheden (de vagina is gevoeliger en er kunnen makkelijker wondjes ontstaan,…),
maar ook genderongelijkheden. Heel wat Afrikaanse mannen zijn polygaam en
hebben dus een relatie met meerdere vrouwen. Één man kan dus meerdere vrouwen
besmetten. Vrouwen worden door de armoede vaak gedwongen tot prostitutie.
Bovendien willen Afrikaanse mannen seks zonder condoom. Vrouwen hebben ook meer
te maken met seksuele geweld, ook binnen een relatie. Ze hebben ook weinig tot
geen eigendomsrechten wat hen erg kwetsbaar maakt voor machtsmisbruik, ook op
seksueel vlak.
In Afrika bestaat er een grote
taboe rond hiv/aids en seks. Hierover praten kan de uitbreiding van het
epidemie afremmen, maar vele regeringen en religieuze leiders uit Afrika zijn
hier tegen. In Soedan weet bv. 5% van de vrouwen dat hiv-besmetting voorkomen
kan worden door condoomgebruik. Sterker: 75% van de vrouwen heeft nog nooit van
een condoom gehoord! Binnen een relatie is het ongewoon om over seks te praten.
Hiv/aids zorgt ook voor
stigmatisering. Dat gebeurt meer bij vrouwen dan bij mannen. Ze krijgen een
stempel van ontrouwe echtgenotes, ze worden uit de gemeenschap verdreven, ze
worden slachtoffer van geweld,… Hierdoor laten mensen zich vaak niet testen
omdat ze bang zijn voor de uitslag van de test en de gevolgen.
Het gebrek aan onderwijs voor
meisjes speelt ook een grote rol bij de uitbreiding van hiv. Onderzoek heeft
uitgewezen dat meisjes die naar school gaan minder risico lopen om besmet te
worden. Ze hebben ook meer kans op een betaalde job waardoor ze niet in de
armoede terecht komen. Bovendien leren ze op school ook belangrijke sociale
vaardigheden om bv. te onderhandelen over condoomgebruik.
De risicogroep in Afrika bestaat
dus uit hetero’s en prostituees. Bij ons behoren homoseksuelen, prostituees en
drugsverslaafden tot de risicogroep.
In het jaar 2000 hebben bijna 200
regeringsleiders van over heel de wereld afspraken gemaakt om voor 2015 een
aantal belangrijke wereldproblemen aan te pakken. Er zijn in totaal acht
doelstellingen geformuleerd, de zogenaamde mileniumdoelstellingen. Onder de zesde doelstelling valt het volgende:
“bestrijding van hiv/aids en andere dodelijke ziektes”.
Bijna 40 miljoen mensen van de
wereldpopulatie is seropositief. Meer dan de helft van die besmette personen
leeft in Afrika. Hier is aids een van de belangrijkste doodsoorzaken. Deze
ziekte is niet alleen een gezondheidsprobleem, maar weegt ook psychisch zwaar
door. Vele kinderen zijn één of zelfs beide ouders verloren aan hiv/aids. Ook
voor de maatschappij en de economie zijn de gevolgen immens.
De regeringsleiders hebben
beslist om de verspreiding van hiv tegen te gaan. Hiervoor zijn medicijnen erg
belangrijk. Vaak zijn ze onbetaalbaar voor de doorsnee Afrikaan. Ook de mensen
die niet besmet zijn met het virus moeten voorgelicht worden. Het beschikbaar
stellen van condooms is levensnoodzakelijk.
Het aantal nieuwe infecties en
het aantal mensen dat overlijdt aan aids is aanzienlijk gedaald. Toch spreken
we hier nog steeds over miljoenen mensen…
De VN probeert deze
millenniumdoelstelling te halen d.m.v. UNAIDS: “Met 129 personeelsleden is UNAIDS
een organisatie van bescheiden omvang. Het UNAIDS-secretariaat vervult de
functie van katalysator en coördinator en is niet verantwoordelijk voor de
rechtstreekse uitvoering van projecten. In de landen in het Zuiden werkt UNAIDS
hoofdzakelijk via de zogenaamde themagroepen waarin vertegenwoordigers van de
UNAIDS-cosponsors zitten en waarbinnen de nationale strijd tegen HIV/aids
gecoördineerd wordt. Meestal zit ook de regering van het gastland in de
themagroep.”
Hoe wordt er gewerkt aan
bewustwording van hiv?
Het gebruik van een condoom is
nog steeds de enige manier om de verspreiding van hiv tegen te gaan. In Afrika
nam het condoomgebruik de afgelopen jaren ook toe. Ondanks de toename is er nog
een immens te kort aan condooms. In Oeganda zijn er jaarlijks 120 tot 140
miljoen condooms nodig. De beschikbaarheid lag slechts om 40 miljoen (2005).
Condooms worden in Afrika niet
altijd met open armen onthaald. Er zijn vaak sociale, culturele en praktische
belemmeringen. Vaak zijn Afrikanen erg gevoelig voor uitspraken van
religieuzen. Zo doet een uitspraak van de paus, zoals die van in 2009, er niet
goed aan om condoomgebruik af te raden.
Condoomgebruik, preventie en
bewustwording gaan hand in hand. Hieronder volgen een aantal preventiemethodes
die gebruikt worden in Afrika:
- Peer-to-peer: mensen van dezelfde
sociale groep geven voorlichting aan elkaar;
- Life skills: hier worden jongeren
belangrijke sociale vaardigheden aangeleerd om bv. te onderhandelen en meer
zelfvertrouwen te krijgen;
- Role model: jongeren kijken vaak
op naar sporters, muzikanten,… Deze personen zijn dus ideaal voor het geven van
voorlichting.
Er is nog heel wat werk voor de boek om condoomgebruik te stimuleren...
Hieronder zie je de Franse ex-presidentsvrouw Carla Bruni, een rolmodel, die zich inzet voor een hiv-vrije generatie.
Hoe werkt de behandeling van hiv?
In beginjaren van het virus was
er geen behandeling mogelijk. Toen werd je besmet, kreeg je aids en ging je
dood. Maar in de tweede helft van de jaren ’90 werden er grote succes geboekt
met de combinatietherapie.
Met de “Hoog Actieve
Anti-Retrovirale Therapie” (HAART), ook wel de combinatietherapie genoemd, is
het mogelijk hiv te onderdrukken. Een genezing is dus niet mogelijk. Dit medicijn
zorgt er wel voor de T4-cellen in het lichaam toenemen waardoor je weerbaar
wordt tegen infecties. De combinatietherapie zorgt er ook voor dat het aantal
kopieën van het virus in het bloed afneemt.
Bij deze therapie is het de
bedoeling om verschillende medicijnen tegelijk toe te dienen. Er zijn drie
groepen geneesmiddelen waarmee combinaties gemaakt worden. Gebruikt men slechts
één medicijn, dan duikt er snel resistentie op. Hierdoor wordt het virus niet
langer afgeremd.
Er zijn tal van organisaties die
zich over heel de wereld inzetten voor de aidsproblematiek. Zo ook het Aids
Fonds. Zij staan voor “toegang tot behandeling, zorg en preventie voor
iedereen”. Ondanks de inzet van de verschillende organisaties zijn er
wereldwijd 60% van de seropositieven die de nodige aidsremmers niet krijgen.
Het Aids fonds zet zich daarom in om de behandeling voor zoveel mogelijk mensen
mogelijk te maken. Medicijnen kosten in ontwikkelingslanden slechts één euro
per dag!
Aidsremmers kunnen in
ontwikkelingslanden efficiënt werken en zijn relatief goedkoop. Toch hebben
Afrikaanse landen moeilijkheden om succesrijke behandelingsprogramma’s verder
te zetten. In onderstaande filmpjes zie je hoe Afrikaanse mensen aan hun medicijnen geraken.
Fragmenten
Hieronder volgen een aantal
aangrijpende fragmenten en getuigenissen uit het boek.
Achieng: “Ik ben een vrijgevochten
vrouw en dat neemt een zwarte man niet. Hij is de baas in huis en eist dat je
gehoorzaamd. Maar ik heb geen tijd meer om te gehoorzamen. Ik wil niemand meer
dienen. Serving somebody doesn’t serve you.”
Achieng: “Bendeleden die in het wilde
weg neuken, verkrachten en moorden, zijn de oorzaak van geweld en
hiv-besmetting.”
Seropositief bendelid: “Het is
aartsmoeilijk voor een man om geen seks te hebben. Mannen zijn daartoe niet
instaat.”
Grace, prostituee: “Mijn kindertijd
werd gekleurd door armoede en ellende, elke dag opnieuw. Op mijn twaalfde begon
ik te werken in dienst van een prostituee. Mijn eerste klant was groot en
lelijk en misbruikte mij met veel geweld. Ik had veel klanten en ik was zo
uitgeput. Het geld moest ik telkens afgeven. Daarom ging ik in een bordeel
werken. Ik werd gearresteerd door politieagenten die me misbruikten in de cel.
Ze gebruikten geen condoom. …”
Winie, prostituee: “Op mijn twaalfde
werd ik door vier jongens verkracht. Ik bleek zwanger te zijn en in de
prostitutie gedwongen om te overleven. Ik heb veel klanten en ik word veel
misbruikt. Van een condoom is vaak geen spraken en mijn klanten stelen mijn
geld.”
Rose: “In 2002 werd ik ziek en heb ik
mij laten testen. Aids luidde het. Ik duf het met niemand te delen. Zelfs niet
met mijn moeder. Het is beter dat niemand het weet. Anders denken ze toch maar
dat je een prostituee bent. Over seks praat ik niet meer. Dat is louter
uitgevonden voor de man. Hij is de baas. Hij wil je gebruiken. Hij beslist over
hoe en wanneer.”
Isaiah, bendelid: “Toen ik zeven was,
stierf mijn moeder en ontfermde mijn grootmoeder zich over mij. Toen ik tien
was haalde mijn vader me bij haar weg. Ik moest de straat op om voor mijn eigen
levensonderhoud te zorgen en ik mocht nooit meer terug. Zijn woorden kwamen
hard aan… Als klein jongetje heb je geen idee hoe je moet overleven in een
grote stad. ’s Nachts sliep ik buiten, alleen. Om te overleven moet je stelen,
anders kom je om. Ik heb op seksueel vlak al heel wat risico gelopen. Door
verkrachtingen e.d. zou het kunnen dat ik hiv heb, maar ik wil het niet weten.
Ik hoorde trouwens nog maar recent over hiv.”
Sarah, germaniste: “één simpele
one-night stand heeft me de das omgedaan. Op een fuif, vlak voor mijn
eindexamens, besloot ik er eens goed in te vliegen. Maar ik dronk te veel en
belandde met een studiegenoot tussen de laken.”
Sabine, hiv-counselor: “Mijn man
stierf in een verkeersongeluk. Volgens de traditie moet ik door mijn
schoonbroer overgeërfd worden, maar dat weigerde ik. Die beslissing heeft mijn
leven gered. Want de schoonbroer met wie ik weigerde te trouwen, had hiv en is
intussen overleden.”
Tristan (België): “Ik ben geboren met
de bloedziekte hemofilie. Dat is een typische jongensziekte die verhindert dat
het bloed voldoende stolt. Hemofiliepatiënten hebben stollingsfactoren nodig.
Die worden gemaakt van bloedplasma. In het begin van de jaren tachtig werd
donorbloed nog niet gecontroleerd op hiv zodat er ook besmet bloed in omloop
kwam. … De laatste twee jaar is mijn gezondheid spectaculair verbeterd dankzij
een nieuwe generatie aidsremmers. … Eerst willen we kinderen. Gelukkig hoeven
we niet met donorsperma te werken. Daar zou ik het erg moeilijk mee hebben. De
bevruchting kan vrij eenvoudig verlopen. In een speciale machine wordt het
besmette sperma gewassen tot het hiv-vrij is. Daarna wordt het ingespoten in de
baarmoeder.”
“Aids is de laatste twintig jaar van
kleur verschoten en van geslacht veranderd. Toen de immuunziekte aan het begin
van de jaren tachtig werd ontdekt, was ze een kwaal van voornamelijk blanke,
homoseksuele mannen. Vandaag is de typische aidspatiënt zwart, vrouw en
hetero.”
Patrick (België): “Ik werd ziek. Na
een dosis antibiotica, genas ik nog steeds niet. De resultaten van verdere
onderzoeken waren onduidelijk. Daarom nam ik contact op met het Instituut voor
Tropische Geneeskunde. Daar werd vastgesteld dat ik seropositief was. Het klonk
als een doodsvonnis, maar de dokter bleef kalm en vertelde mij dat de
behandeling weldra zou worden opgestart. … In de wachtzaal van het Instituut
voor Tropische Geneeskunde ontmoette ik een ex-partner. Daar werd ik voor het
eerst getroffen met de vraag: wie heeft wie besmet? … Toen ik uiteindelijk een
leuke man ontmoette, nam ik me voor het hem meteen te vertellen. Maar de avond
vloog voorbij, en ik vond geen gelegenheid om het pijnlijke onderwerp aan te
halen. Na een filmbezoek durfde ik het uiteindelijk aan. Ik kreeg deze reactie:
wat ben ik blij dat je tijdens onze eerste ontmoetingen gezwegen hebt. Anders
was ik nooit aan deze relatie begonnen. … Wat mij op dit moment veel zorgen
baart, is de afnemende solidariteit met seropositieve mensen. Sinds de nieuwe
generatie aidsremmers de dood wat verder op afstand houdt, wordt aids opnieuw
een ver-van-mijn-bedshow.”
Bronvermelding
Boek: Mijn status is positief
Cursus: Godsdienst middelbaar
Rapport: Vrouwen en hiv/aids











Geen opmerkingen:
Een reactie posten