woensdag 26 november 2014

8 - Gandhi

Trailer

Hieronder kun je de trailer van de film bekijken.




Wie is Mohandes K. Gandhi (in het kort)?


Gandhi is op twee plaatsen geweest: Zuid-Afrika en India. Het verhaal begint in het eerste land.

Gandhi zat op de trein in Zuid-Afrika. Enkele medewerkers van de treinmaatschappij wezen hem erop dat er geen kleurlingen thuishoren in de eerste klasse. Hij had wel een ticket. Hij verdedigde als advocaat de belangen van een Indiaas bedrijf. Maar er zijn geen gekleurde advocaten in Zuid-Afrika.
“Ik ben in Londen beëdigd en sta als advocaat geregistreerd. Kortom, ik ben advocaat. En aangezien ik in uw ogen “gekleurd” ben, is er hier tenminste één gekleurde advocaat. “
“Wat een wijsheid. Naar derde klasse, of je vliegt uit de trein.”



De discussie bleef duren en Gandhi werd aan de volgende halte uit de trein gezet.

Gandhi kan niet vatten wat er allemaal aan de hand is in Zuid-Afrika. “We moeten hiertegen vechten. We zijn allen kinderen van God. Ik schrijf naar de pers, hier en in Engeland. Ik ga naar de rechter.”

Wat is er aan de hand tussen de blanken en de zwarten in Zuid-Afrika?



Na de boerenoorlogen in Zuid-Afrika waren de boeren sterk verarmd en waren ze vaak alles kwijt. Plots moesten ze op zoek gaan naar werk en inkomsten. Ze moesten op de arbeidsmarkt concurreren met zwarten en kleurlingen. Die bevolkingsgroepen konden ze enkel zien als knechten.

De zwarte bevolking had gehoopt dat ze na de nederlaag van de boeren meer rechten zouden krijgen, maar het tegenovergestelde gebeurde. De politiek spitste zich snel toe op de tegenstelling zwart-blank. De regering probeerde a.d.h.v. maatregelen de positie van de blanken te herstellen (bv. geen stakingsrecht voor zwarten, geschoolde arbeid werd gereserveerd voor blanken,…). In 1913 verscheen er zelfs een wet waarin stond dat de zwarte bevolking slechts 7% van het grondgebied kregen. De rest ging naar de blanke bevolking, de kleurlingen en de Indiërs.


De blanke dominantie ging steeds verder. Aan het einde van de jaren ’40 en doorheen de jaren ’50 ging ook de zogenaamde “apartheid” van kracht. Dat waren tientallen wetten waarin de zwarten steeds meer onderdrukt werden.



In 1912 werd de eerste zwarte verzetsbeweging opgericht, nl. het ANC. In 1943 lieten ze pas echt van zich horen. Ze eisten politieke rechten, recht om zich te vestigen waar men wou,… Het ANC wilde vooral via vreedzame acties tot een oplossing komen. In 1960 kwamen veel betogers op straat om te betogen tegen de apartheid. Er werd met harde hand gereageerd en er vielen veel doden. In 1961 werd een Nationale Actie Raad verkozen met Nelson Mandela (zie afbeelding) als secretaris en er werd opgeroepen tot staking. Mandela moest al meteen onderduiken. Ook in 1961 werd een gewapende arm van het AMC opgericht.


In 1962 werd Mandela aangehouden, o.a. op beschuldiging van het aansporen tot staking. Hij kreeg hiervoor een gevangenisstraf van vijf jaar. In 1963 kwam hij opnieuw voor de rechter tijdens het zogenaamde Rivonia-proces waarop Mandela ook de kans kreeg om zijn politieke ideeën te uiten. In 1964 werd Mandela samen met zeven anderen veroordeeld tot levenslang. Hij werd vastgehouden op de Robbeneiland waar hij uitgroeide tot het symbool van het zwarte verzet tegen de apartheid.


De Zuid-Afrikaanse regering driegde met gevangenisstraffen voor mensen die zich verzetten tegen de apartheid, maar dat hielp niet. Het verzet nam toe. Zelfs de kerk noemde de apartheid antichristelijk. Er waren zelfs blanken die zich verzetten.

In de jaren ’80 nam de internationale druk om Mandela vrij te laten toe. Na lange onderhandelingen werd hij in 1990 door president Frederik Willem de Klerk in vrijheid gesteld. Het ANC werd gelegaliseerd en Mandela voerde onderhandelingen met de Klerk over de totale afschaffing van de apartheid.


Mandela kreeg voor zijn strijd veel prijzen en onderscheidingen, o.a. de Nobelprijs voor de vrede in 1993 die hij moest delen met president de Klerk. Tijdens de verkiezingen van mei 1994 boekte het ANC een overwinning. Nelson Mandela werd de president van Zuid-Afrika.


Wat probeert Gandhi in Zuid-Afrika te verwezenlijken?

Gandhi liet een artikel schrijven door een Engelse journalist. Hij riep hiermee op om samen te komen om hun recht op te eisen om als gelijke burgers behandeld te worden. Gandhi was niet op strijd uit, want hij weet dat Zuid-Afrika een sterke macht is. Hij kan het recht alleen maar opeisen door vreedzame middelen in te zetten. Het eerste wat hij wou om het recht te geschiedden, was het afschaffen van het pasje om een onderscheid te maken tussen verschillende rassen. Op de eerste vreedzame optocht kwamen slechts een honderdtal mensen opdagen. Gandhi verwachtte er duizend. Men riep bij de eerste optocht op om de pasjes te verbrandden. Maar toen kwam de oproerpolitie tussen. Een van de medeorganisatoren gooide zijn pasje in het vuur. Gandhi verzamelde enkele pasjes in een doos en begon ze een voor een in het vuur te gooien. De politie kwam tussen, maar Gandhi ging gewoon door en werd geslagen.



In Zuid-Afrika moest elke neger of kleurling een pasje altijd bij de hand hebben. Dit stond beschreven in de pasjeswetten. De bedoeling van deze wetten was de bewegingsvrijheid van de negers en de kleurlingen te beperken. Het maakte deel uit van het apartheidssysteem.

De pasjeswet werd gewijzigd. Van elke Indiër wordt de vingerafdruk genomen. Alleen een christelijk huwelijk wordt erkend. Een politieagent die het onderkomen van een Indiër passeert, mag binnengaan en vragen naar de pas van elke vrouw die er woont. “Deze wet maakt onze vrouwen en moeders tot hoeren en iedere man hier tot bastaard” zei Gandhi in zijn toespraak.



Gandhi opent een soort van commune, ashram. Dat betekent gemeenschap, maar ook dorp of wereld. “De Gita, de Koran, de Bijbel. Het gaat om simpele dingen. Heb uw naaste lief als uzelf. Het is geen spiritualisme of nationalisme. We verzetten ons tegen het idee dat mensen niet samen kunnen leven. Ook al ben je alleen, de waarheid blijft de waarheid. Hier zijn geen onaanraakbaren.”


Tijdens zijn verblijf in de gevangenis werd Gandhi bij generaal Smuts geroepen. De generaal stelde voor om het parlement te adviseren de nieuwe pasjeswet in te trekken. Smuts wil eerst een koninklijke commissie de wet van naderbij laten onderzoeken. Zij zouden dan ook adviseren de wet te herroepen. Maar ze kunnen ook adviseren de immigratie van Indiërs te beperken of zelfs stop te zetten. Immigratie is voor Gandhi nooit een punt geweest van strijd. Volgens hem zou het fout zijn om het nu een punt van strijd te maken nu de positie van de Indiërs gunstig is. Hierop liet generaal Smuts alle gevangen per direct vrij.
Generaal Smuts.

De pasjeswet werd niet verstrengd en Gandhi was een vrij mens.

Het geboorteland van Gandhi zag er tientallen jaren geleden ook helemaal anders uit dan hoe wij het land nu kennen. Hoe?


India is een land in Zuid-Azië en heeft meer dan één miljard inwoners.




In de tijd van de Britse overheersing, was het land veel groter. Toen maakte Sri Lanka, Pakistan en Bangladesh ook deel uit van het grondgebied. In 1947 werd het land onafhankelijk. De Britse koning of koningin duidde een onderkoning aan die over het gebied regeerde. De onderkoning maakte dan weer gebruik van de Indiase adel. Alleen op die manier had Engeland het gebied onder controle.



Brits-Indië was een van de eerste kolonies waar het nationalisme ontstond. Dat zou later een voorbeeld voor andere landen zijn. Brits-Indië was een enorm groot land met honderden miljoenen inwoners. Brits-Indië was ook rijk aan grondstoffen. India was dus erg belangrijk voor Engeland maar dat niet alleen was de reden om India te koloniseren en voor lange tijd te besturen.

Veel Engelsen dachten namelijk dat als zij uit Brits-Indië weg zouden gaan, het land dan onmiddellijk in een strijd tussen moslims en hindoes verzeild zou raken.

Ook voor India is Gandhi erg belangrijk geweest. Wat heeft Gandhi door verwezenlijkt en welke weg heeft hij daarvoor afgelegd?

In 1915 keerde Gandhi terug naar India. In Bombay werd hij warm onthaald door honderden militairen en burgers. Voor het eerst in 200 jaar zien de Indiërs in Gandhi iemand die met de Britten de spot drijft.

Gandhi weet nog niet onmiddellijk wat hem te doen staat in India. Hij wil het land eerst beter leren kennen voor hij echt kan helpen. Ten slotte is hij jarenlang niet meer in zijn land geweest. Hij maakte vele reizen en ontdekt India.

Jarenlang hebben de Britse landheren de boeren opgedragen indigo te verbouwen om stoffen te weven. Ze namen altijd een deel van de oogst als pacht. De landheren hebben het pacht verhoogd, mishandeling, onwettige belastingen, dwangarbeid. Zelfs water werd geweigerd. Ondertussen koopt iedereen stoffen uit Engeland. Niemand wilt de indigo van de boeren hebben. De boeren moesten alles verkopen en de politie nam de rest in beslag. Er is zelfs geen voedsel meer. Gandhi werd hierdoor een internationale held. “een eenzame man, slechts gewapend met oprechtheid en een wandelstok tegen het Britse rijk” kopten internationale kranten.

De Indiërs wilden het volgende: verlaging van het pacht, de vrijheid om te verbouwen wat ze zelf willen en een klachtencommissie waarin ook Indiërs zitting zullen hebben. 



Gandhi werkte zich in in de nationale politiek. In 1918 leidde hij een grootschalige burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging in Champaran, waar de boeren gedwongen werden om indigo te verbouwen. Hij begon de dorpen te reorganiseren en scholen en ziekenhuizen te bouwen. Gandhi wordt ondertussen opnieuw gearresteerd. Rondom het gebouw waar hij vastgehouden wordt, betogen honderden mensen. Sindsdien krijgt hij de naam “bapu”, “vader” in het Nederlands of “mahatma”, wat “grote ziel” betekent. Gandhi krijgt van de rechter het bevel de provincie te verlaten omdat hij de orde verstoord. Hij wordt vrijgelaten tot het definitieve vonnis. Zijn heldhaftige gedrag in de rechtszaal laat een grote indruk na.

Gandhi roept 6 april uit tot een dag van gebed en vasten (niet werken, geen bussen, treinen,… het land wordt plat gelegd). Nadat de bevolking het land op 6 april inderdaad plat legt, word Gandhi opnieuw gearresteerd. Sinds zijn aanhouding zijn er rellen. Er zijn ook tal van Engelse burgers gedood. Ook de Indiase bevolking wordt hard aangepakt. De regering is radeloos. Ze hebben meer bang van terrorisme dan van Gandhi, want hij wordt vrijgelaten mits hij zich uitspreekt voor geweldloosheid, maar hij heeft eigenlijk nooit over iets anders gesproken.

Tijdens een speech van één van de kompanen van Gandhi, waar hij nog eens opriep tot geweldloosheid, omsingelde het Britse leger de luisteraars. Mannen, vrouwen en kinderen, allemaal zaten ze als ratten in een val. Volledig omsingeld. Ze konden geen weg meer uit. Het Britse leger opende het vuur en begint in het wilde weg genadeloos te schieten. 1516 doden en gewonden…

De generaal die de opdracht gaf voor deze laffe operatie zei het volgende: “Ik wilde een voorbeeld stellen dat z’n effect zou hebben in heel India. Als ik gebruik kon maken van pantserwagens, had ik waarschijnlijk voor machinegeweren gekozen.” De Britse regering en de bevolking verwerpt de achterliggende motieven achter het bloedbad.



Gandhi zit rond de tafel met de Engelsen. Hij wilt dat ze stoppen met de baas te spelen in andermans huis. Volgens de Britten zou het land zonder hun hulp achterblijven in chaos. Gandhi blijft bij zijn standpunt: vreedzaam, geweldloze non-coöperatie. Volgens Gandhi moeten de Indiërs om onafhankelijkheid te krijgen waardig zijn. Er moet altijd eenheid zijn tussen hindoes en moslims. Geen Indiër mag behandeld worden zoals de Britten hen hebben behandeld. Maar India lijkt nog niet klaar voor onafhankelijkheid. Tijdens een vreedzame betoging ontstond er een discussie tussen twee agenten en een aantal achtergebleven betogers. Toen de betogers met de stok kregen, kwamen de andere betogers te hulp. De agenten vluchtten naar het politiekantoor. Maar de politieagenten moesten zich uiteindelijk over geven. Ze werden gedood. Na dit incident wil Gandhi de campagne stopzetten. Want hij blijft bij zijn principe, hij wil geen vrijheid door moord of bloedvergieten. Hij schaamt zich diep voor wat er gebeurd is.

Na het incident gaat Gandhi in hongerstaking. Dit doet hij als boetedoening. Hij zal pas stoppen met zijn hongerstaking als al de betogingen gestopt zijn. Na een tijd stoppen de betogingen. De mensen bidden zodat Gandhi zou stoppen met zijn hongerstaking. De mensen delen kransen uit aan politieagenten én aan Britse soldaten.

Van non-coöperatie was er na zijn hongerstaking geen sprake meer, toch werd hij opnieuw gearresteerd. Gandhi krijgt een celstraf van 6 jaar.

Na zijn vrijlating wilt hij de onderkoning bewijzen dat India niet meer onder Brits gezag valt. Gandhi gaat naar zee om zout te winnen. De Britse overheersen controleren de zoutproductie. Het is verboden om zout zonder vergunning te winnen of te verkopen. Dat kost Gandhi wat belastingen, maar het gaat natuurlijk om een symbolische daad. Niet in India overleefd zonder water of zout. De Britse controle erover geeft controle over India.



Er wordt veel zout opgehaald en overal verkocht. De Britten worden belachelijk gemaakt. De Britse regering in Londen geeft de opdracht dit te stoppen. Iedereen die iets te maken heeft met het zout moet aangepakt worden. Honderdduizenden worden opgepakt, maar ze blijven doorgaan. De bevolking blijft Gandhi trouw, want er wordt geen geweld gebruikt. De Britse overheersers willen net wel geweld en kiezen er daarom voor om Gandhi te arresteren.

De Britse overheersers beletten de zoutfabrieksmedewerkers de toegang tot de zoutfabriek. Zij aan zijn proberen ze de fabriek toch binnen te geraken, maar ze worden neergeslagen. Maar toch blijven ze geen geweld terug te gebruiken.

De volharding van de bevolking wordt aanzien met grote ogen. Het einde van de Britse overheersing is nabij. Gandhi wordt uitgenodigd op een rondetafelconferentie in Londen waar er gesproken zal worden over een mogelijk onafhankelijk India. De onafhankelijkheid komt er zeker, de vraag is alleen wanneer en hoe.


Ondertussen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Gandhi toonde zijn afschuw voor de oorlog en had veel respect voor de slachtoffers. India deed zelf niet mee aan de oorlog. Gandhi vond dat deelname niet mogelijk was omdat het democratische principe in het land zelf genegeerd werd. Gandhi wou de Britten alleen steunen als het doel van de oorlog, vrijheid, ook in India zou worden waargemaakt. In zijn resolutie “Quit India” werd expliciet gevraagd aan de Britten om het land te verlaten. Het land werd ondertussen onrustig en er was veel geweld. Gandhi en heel zijn partij werden gearresteerd en twee jaar vastgehouden in het Aga Khan Paleis.



Koning George komt ondertussen India om de gesprekken te starten over de onafhankelijkheid van India. Jinnah, een medestander van Gandhi, maakt zich zorgen over de slavernij van de moslims. De Britse heerschappij mag niet vervangen worden door de hindoes. Volgens Gandhi moet hij zich geen zorgen maken: “Moslims en hindoes zijn het linker- en rechteroog van India. Niemand is heerser, niemand is slaaf.” Jinnah wil gebieden waar moslims een meerderheid zijn toekennen aan Pakistan. De rest zal bij India horen.

Gandhi weet een oplossing: hij wil Jinnah als premier, hij mag zijn kabinet vormen en een moslim benoemen als hoofd van ieder ministerie. De partijgenoten van Gandhi steunen hem, maar de bevolking geraakt opgehitst. De hindoes zijn bang dat Gandhi te veel weggeeft. Als deze beslissing doorkomt, zal niemand zich kunnen bedwingen. Uiteindelijk kiest Gandhi ervoor om een stuk van India weg te geven.

De huidige landsgrenzen werden gevormd. De onderverdeling van het vroegere India zorgde voor een ware volksverhuizing. Doordat vele dorpen en steden een gemengde bevolking hadden, ontstond er veel geweld. De moslimgebieden werden bijgevoegd bij Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en Birma.

Gandhi kon niet tegen het geweld en ging opnieuw in hongerstaking. Dat hielp, want de opstoten tussen hindoes en moslims stopte. In de periode van geweld vielen er waarschijnlijk meer dan 5000 doden.

Gandhi werd neergeschoten net voor zijn gebed. Honderden mensen volgden hem om samen met hem te gaan bidden. Een man, een radicale hindoe, opende het vuur en schoot enkele keren ter hoogte van de borststreek.


Één dag later vond zijn begrafenis al plaats. Duizenden mensen stonden langs de kant mee te kijken. Commentator: dit is een massaal eerbetoon aan een man die stierf zoals hij leefde. Een eenvoudig man, zonder geld, zonder bezittingen en zonder officiële titel of ambt. Mahatma Gandhi was geen legerleider of heerser over een grote rijk. Hij was geen groot wetenschapper of kunstenaar. Maar hoogwaardigheidsbekleders uit de hele wereld betonen hier eer aan deze kleine bruine man in z’n lendendoek die zijn land naar de vrijheid leidde.



Om te onthouden


Als ik wanhoop, denk ik eraan dat in de geschiedenis waarheid en liefde altijd hebben gezegevierd. Er zijn tirannen geweest en een tijd lijken ze onoverwinnelijk. Maar uiteindelijk komen ze altijd ten val. Denk eraan. Altijd.

Bronvermelding

Film: Gandhi
Documentaire: Gandhi
Encarta: Gandhi
Encarta: India
Encarta: Brits-Indië
Encarta: Jinnah
Encarta: Zuid-Afrika
Encarta: apartheid
www.wikipedia.org (Gandhi, Jinnah, India en Brits-Indië)
www.youtube.com     






maandag 24 november 2014

7 - In Flanders Fields

Hoe is de Eerste Wereldoorlog ontstaan?

Het Europa van 1914 ziet er heel anders uit dan het Europa dat we nu, 100 jaar na de start van de “Groote Oorlog” kennen. Daarom even een korte schets. Als je naar de kaart van Europa van toen kijkt, valt het land Oostenrijk-Hongarije heel erg op. Het bevindt zich in het midden van Europa en kennen we nu als twee aparte landen. Wat ook opvalt, is dat er toen nog geen sprake was van Turkije. Het land en de gebieden daarrond heette toen nog het Ottomaanse Rijk.


Ook Frankrijk, Engeland, Duitsland en Rusland speelden een grote rol in Europa begin 1900. Het laatste grote conflict  voor WOI op het Europese continent dateert uit 1870. Toen stonden Frankrijk en Duitsland lijnrecht tegenover elkaar. Daarna leefden Europa relatief in vrede. Maar aan het begin van de 20ste eeuw groeide de vijandigheid tussen de grote Europese landen. Er waren constant ruzies over belangen in en buiten Europa (handel en koloniën). Engeland, Frankrijk en Duitsland concurreerden met elkaar op het gebied van handel en koloniën, terwijl Oostenrijk-Hongarije en Rusland zich probeerden te mengen in de macht over de Balkan-landen. Wanneer landen ruzie met elkaar hadden, gingen ze op zoek naar bondgenoten.



Aan het begin van de 20ste eeuw was de Balkan erg onstabiel. Dat komt omdat het Ottomaanse Rijks meer en meer macht verloor in dat gebied. Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Italië probeerden macht te krijgen over de Balkan-landen. De Balkan werd toen al het kruitvat van Europa genoemd omdat men toen al vreesden dat de bom daar zou gaan ontploffen. Oostenrijk-Hongarije en Duitsland besloten bondgenoten te worden voor als het te gevaarlijk zou zijn.

In 1908 viel Oostenrijk-Hongarije Bosnië-Herzegovina binnen (Balkan). Rusland durfde niet te reageren omdat hun bondgenoten, Frankrijk en Engeland, ook niet reageerden. In Servië kregen ze ondertussen klamme handjes. Zij waren bang dat ze ook aangevallen zouden worden door Oostenrijk-Hongarije. De Serviërs zochten steun bij Rusland. Zij spraken af dat Rusland Servië zou helpen bij een eventuele aanval.

De Balkan behoorde dus tot het Turkse Rijk, maar dat rijk viel uit elkaar. De landen uit de Balkan wilden niet langer overheerst worden, ze wilden geen invloed van Oostenrijk-Hongarije of Rusland. Zij hadden hun eigen wensen. Er ontstonden twee grote machtsblokken in Europa:
De geallieerden: Frankrijk, Engeland en Rusland.
De centrale mogendheden: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk.

Oorzaken en omstandigheden

  • Frankrijk verloor in 1870 de oorlog met Duitsland en wilde zich wreken. Zij moesten gebieden in het Oosten, Elzas en Lotharingen, afstaan aan Duitsland. De Fransen zaten hiermee in hun maag. Na de oorlog bouwde Frankrijk een sterk leger om zo snel mogelijk wraak te kunnen nemen op de Duitsers.
  • De Duitse vlootbouw werd steeds groter en dat vond Engeland een bedreiging. Tot dat moment was Engeland de grote baas op zee.
  • De Duitse eis om ook koloniën te mogen hebben, was een bedreiging voor zowel Engeland als Frankrijk. Deze laatste twee hadden veel overzeese koloniën. Frankrijk en Duitsland maakten ook steeds vaker ruzie over overzeese gebieden.
  • Er heerste een strijd tussen Engeland en Duitsland over wie het machtigste industrieland zou worden. De Duitse industrie groeide heel snel en dat leverde veel concurrentie op voor de Engelse fabrieken.
  • Het nationalisme nam in alle landen toen.
  • De bewapening van alle landen nam ook toe.

De Eerste Wereldoorlog begon toen de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger, Franz Ferdinand en zijn vrouw werden doodgeschoten in de stad Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina. Dat land was dus sinds 1908 deel van Oostenrijk-Hongarije, maar Servië eiste het land op. De moord werd gepleegd door een Bosniër, maar toch gaf Oostenrijk-Hongarije Servië de schuld. Servië had immers plannen om gebieden in de Balkan te veroveren. Oostenrijk-Hongarije verklaarde Servië de oorlog.



Doordat veel landen bondgenoten hadden (zie hierboven), ging de bal al snel aan het rollen. Rusland gaf zijn steun aan Servië, Oostenrijk-Hongarije kreeg dan weer steun van Duitsland, België kreeg steun van Engeland,… Duitsland viel België in de zomer van 1914 binnen om via een kortere weg Frankrijk te kunnen veroveren. België wou zich neutraal houden en Engeland stond hiervoor garant. Daarom verklaarde dus ook Engeland de oorlog aan Duitsland.

Welke rol speelde Koning Albert I tijdens de Eerste Wereldoorlog?


Deze man probeerde met man en macht de "Groote Oorlog" uit zijn land te houden. Enkele dagen voor de inval schreef de koning eigenhandig nog een briefje naar de Duitse keizer. Hij sprak hem aan met “Mijn liefste neef”. Koningin Elizabeth verbeterde het Duits nog van de koning op het briefje. De Duitse legerstaf had op dat moment al een oorlogsplan gemaakt en daar zou niet van afgeweken worden.



Alle staatshoofden van de Europese landen waren neven van elkaar. Zo waren er ook banden tussen de Britse en de Duitse koninklijke familie. Ze zagen elkaar op familiegebeurtenissen en andere feestjes. Plots staat ze lijnrecht tegenover elkaar in een gewapend conflict.


Wanneer de eerste bommen vallen in België, vlucht de koning met zijn familie van Brussel naar Antwerpen. Ze verblijven daar in het paleis op de Meir. Koningin Elizabeth deed dat met tegenzin. Zij wou in Brussel blijven om voor de eerste gewonden te zorgen. Als de bombardementen ook Antwerpen bereiken, sturen de koning en de koningin de kinderen op kostschool in Engeland. Wanneer ook de grondtroepen Antwerpen naderen, moeten ook zij vluchten.



Ze houden halt in verschillende steden om uiteindelijk  aan de Belgische kust terecht te komen. Ook daar zijn ze niet helemaal veilig. Pas vanaf het moment dat de ijzervlakte onder water werd gezet, kon het Belgische leger de Duitsers een halt toeroepen. Overdag zijn de koning en de koningin druk in de weer. De koning trekt naar het front en de koningin naar het ziekenhuis waar ze zorg draagt voor de gewonden.

De koning volgde zijn regering in ballingschap dus niet en bleef bij zijn soldaten in de loopgraven. Hij nam het opperbevel over de Belgische strijdkrachten. Hij stond bekend voor zijn briljante en humane strategieën een zeer populair vorst in binnen- en buitenland en zette België als ‘Brave Little Belgium’ op de wereldkaart. Eén van die beslissingen was dat hij het Belgisch leger niet naar Frankrijk liet terug trekken, maar naar de streek achter de ijzer. Hij weigerde zijn soldaten als kanonnenvoer op te offeren, wat de andere opperbevelhebbers wel deden en waardoor deze oorlog zoveel slachtoffers eiste. Door zijn inzet tijdens de Groote Oorlog kreeg hij de bijnaam “Koning-soldaat”. Zijn vrouw werd “koningin-verpleegster” genoemd.


Na de bezetting keren de koning en de koningin terug naar Laken. Onderweg treffen ze een enorme ravage. Ze zijn ontzet. Na vier jaar oorlog rijden Albert en Elizabeth onaangekondigd steden en dorpen binnen die net bevrijd waren. De ontlading is enorm. Mensen vallen op hun knieën voor het koninklijk paar.



Waarom staat de klaproos symbool voor de Eerste Wereldoorlog?

Op 2 mei 1915 was de Canadese chirurg John McCrea getuige van de begrafenis van zijn vriend, luitenant Alexis Helmer. Helmer was één van de ruim 70.000 geallieerde slachtoffers van de Tweede Slag om Ieper, de eerste veldslag waarbij het Duitse leger gifgas inzette. Het viel McCrea tijdens de ceremonie op dat de graven van de gevallen soldaten voornamelijk begroeid waren door klaprozen. Het inspireerde hem tot het schrijven van “In Flanders Fields”, een gedicht over de oorlog en de dood.

“In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
Tussen de kruisen, rij aan rij
die onze plek aangeven; en in de lucht
vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend
zelden gehoord te midden van het kanongebulder
aan de grond.
Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden
leefden we nog, voelden de dageraad, zagen de zon ondergaan
beminden en werden bemind en nu liggen we
in Vlaanderens velden
Neem ons gevecht met de vijand weer op:
Tot u gooien wij, met falende hand
de toorts; aan u om haar hoog te houden
Als gij breekt met ons die sterven
zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen

in Vlaanderens velden.”



Klaprozen groeien alleen als alle andere planten in de buurt dood zijn. De zaden van de bloem kunnen heel lang op de grond liggen voordat ze beginnen groeien. Dat doen ze alleen als de planten en struiken uit de buurt weg zijn. Er zijn vaak klaprozen te zien op plaatsen waar veel slooppuin in de grond ligt.

Bepaalde klaprozen kunnen ook gebruikt worden om opium en morfine te maken. Morfine is pijnstillend en wordt vaak gebruikt om de gewonde soldaten van hun pijn te bevrijden. De laatste zinnen van het gedicht verwijzen naar de werking van morfine.

De bloem op zich zit ook vol met symboliek. De kleur is rood, net als het bloed van de vele doden die tijdens de oorlog zijn gevallen. De kern heeft een zwarte kleur, een teken van rouw. In het hart van de bloem kan je ook een kruisteken waarnemen. Dat is het symbool van lijden en verlossing.

De “Groote Oorlog” zorgde voor een nieuwe manier van oorlogsvoering. Welke technologieën werden er voor het eerst gebruikt?

Ik spits mij toe op drie nieuwe technologieën: luchtvaart, gas en mijnen.

Luchtvaart
Voor de Eerste Wereldoorlog staat de militaire luchtvaart nog in zijn kinderschoenen. De hoge pieten in het leger zullen snel inzien welke rol het vliegwezen kan spelen in een nieuwe vorm van oorlogsvoering.


Vrij snel worden vliegtuigen gebruikt voor herkenningsopdrachten die met behulp van fototoestellen en radioposten worden uitgevoerd. Ook bij de waarneming van posities, vijandelijke activiteiten en bij de voorbereiding van aanvallen, zal de luchtvaart een grote rol spelen. De Duitsers gebruikten in eerste instantie onbewapende toestellen, vooral hun zeppelins. Daarnaast worden ook jachtvliegtuigen gebouwd. Deze dienen om eigen vliegtuigen boven het vijandelijke grondgebied te begeleiden en om vijandelijke vliegtuigen in de lucht te vernietigen. Tenslotte verschijnen er ook bommenwerpers die strategische plaatsen en knooppunten kunnen bombarderen vanuit de lucht.



Gas
In de omgeving van Ieper wordt in april 1915 voor het eerst gifgas gebruikt door de Duitsers. Deze zone werd op dat moment door Fransen en Canadesen gecontroleerd. Het gas zat in luchtflessen samengeperst en werd via buizen van meters lang tot aan de vijandelijke linies gebracht. Als het gas is vrijgekomen, moet de wind zijn werk doen. Later wordt ook overgeschakeld op chemische bombardementen.

Het eerste gas dat werd gebruikt was chloor. Dat zorgde voor irritatie van de luchtwegen en kon zelfs tot verstikking leiden. Later gebruikten men fosfeen traansgas. De effecten van deze gassen waren van voorbijgaande aard. In 1917 gebruikten de Duitsers mosterdgas. Dat gas tast de slijmvliezen aan en veroorzaakt brandwonden tot de derde graad.

Na de eerste gasaanvallen ging men op zoek naar manieren op zicht te kunnen beschermen. De eerste vorm van bescherming was heel erg primitief: een nat mondmaskertje. Deze bescherming is onvoldoende en de ogen blijven natuurlijk vatbaar voor het gas. Later ontwikkelden industriëlen mutsen en maskers van leer of rubber met een reservoir waar de chemische producten in worden opgenomen en gezuiverd of geneutraliseerd.

Mijnen
Naar het einde van de 19de eeuw wordt het buskruit vervangen door andere chemische producten waardoor een nieuw gebruik van mijnen mogelijk wordt. De explosieven worden via onderaardse schachten tot onder de vijandelijke posities gebracht. Het verrassingseffect is heel groot.

Hoe zag het leven er in de loopgraven uit?

Vier jaar lang zitten de soldaten in een onbeweeglijke stellingenoorlog ingegraven. Loopgraven bieden beschermen en kunnen snel worden opgebouwd. Ze worden grotendeels ondergronds aangelegd. Toen de ijzervlakte onder water kwam te staan, stonden dus ook de loopgraven onder water. Zandzakjes bieden een oplossing waardoor de loopgraven deels boven de grond kwamen te liggen.

Als je de loopgraven van bovenaf bekijkt, zie je een zig-zag vorm. Die vorm dient als bescherming tegen vijandelijk vuur. Tussen en rond de loopgraven worden kilometers prikkeldraad gespannen. Met behulp van periscopen konden de soldaten de vijand bespioneren zonder al te veel risico te nemen. Wanneer het regende werd een loopgraaf al snel een rottende modderpoel.


Ondanks de bescherming blijft het gevaar natuurlijk bestaan dat een loopgraaf beschoten, gebombardeerd,.. wordt. De soldaten kregen ’s nachts ook te maken met desoriëntatie. Dat moet heel angstaanjagend zijn geweest, zeker wanneer ze ’s nachts aangevallen werden. Het leven in de loopgraven was alles behalve hygiënisch. De soldaten kregen last van vlooien, luizen en vooral van ratten. Met die laatste dieren voerden ze een ongelijke strijd. De soldaten roepen de hulp in van rattenhonden om de plaag te bestrijden. De soldaten verveelden zich vaak. Pakjes sigaretten, brieven van thuis, boeken en alcohol verzachtten de pijn.



De soldaten aan het front hebben een beurtrol:
Één week vechten aan de frontlinie;
Semi-rust in de tweede linie. Daar krijgen de soldaten oefeningen en taken;
Rust in de achterste stelling. Hier krijgen de soldaten meer kans om te ontspannen: theater, sport en bibliotheek.

De voedselbevoorrading van de frontlinie is niet verzekerd. Bij zonsondergang wordt de enige maaltijd uitgereikt. Het is dan nog mogelijk dat het voedsel de soldaten niet bereikt, bv. als er op dat moment een bombardement losbarst. Het eten is eentonig en troosteloos. In 1917 komt er wat variatie in het eten door de haringvangst.

Bronvermelding
Boek 1914-1918 De Grote Oorlog

donderdag 16 oktober 2014

5 - De prestatiegeneratie


“De nog piepjonge Jeroen van Baar (1990) studeerde psychologie en neurowetenschappen in Utrecht en Parijs. Zijn succesboek ‘De Prestatiegeneratie’ zorgde voor een schokgolf bij iedereen die prestatiegericht bezig is. Jeroen van Baar verdedigt de stelling dat er niks mis is met middelmatigheid.”



Een interessante lezing, lijkt me. Zelf ben ik ook bezig met steeds beter worden en meer willen. Wat doet dat nu eigenlijk met mij? Wat zijn de gevolgen als het allemaal niet zou lukken? Ik ben erg benieuwd wat deze jongeman allemaal te vertellen heeft.

De lezing ging door op maandag 13 oktober in het c-mine cultuurcentrum om 20u15.

Het streven naar perfectie, een werkgever die steeds meer eist, blijven doorwerken in het weekend, geen tijd nemen voor ontspanning,… Het lijkt me allemaal niet gezond, maar heel wat mensen doen het. Tot ze op een bepaald moment zichzelf tegen komen. Er is de laatste tijd veel te doen rond burn-out. Wat is dat eigenlijk precies? Hoe krijgt je dat? Hoe gaat het weer weg?


Burn-out is een term uit de psychologie wat betekent helemaal opgebrand te zijn. Iemand die het heeft, is vaak niet meer in staat om de simpelste taken uit te voeren, of naar de koelkast te lopen om een lekker drankje te gaan halen, zonder compleet uitgeput te zijn. De confrontatie die je met jezelf krijgt als je merkt dat je geen energie meer hebt, een gebrek aan concentratie en zingeving is heel heftig. Buitenstaanders kunnen dit vaak niet vatten. Dat komt omdat het slachtoffer van een burn-out voorheen net erg energiek en opgewekt is en grenzen kan verleggen om een pittige uitdaging niet uit de weg te gaan. Een verwaarlozing van een burn-out kan leiden tot psychose, hartfalen of zelfmoord.



De term burn-out werd voor het eerst begin jaren ’70 gebruikt door o.a. de Amerikaanse psychotherapeut Christina Maslach. In haar opvatting bestaat een burn-out uit drie samenhangende verschijnselen:
  • uitputting (vermoeidheid in een ver gevorderd stadium);
  • cynisme (wantrouwen tegen goede bedoelingen van iemand of overgevoeligheid van de gevolgen van je eigen daden);
  • laag zelfbeeld over eigen competenties.
Vaak wordt er ook gesproken over een vierde dimensie: een verminderde cognitieve vaardigheid. Heel belangrijk om weten is dat een burn-out geen depressie is. Een burn-out is in hoofdzaak een energiestoornis, terwijl een depressie stemmingsstoornis is.

Een burn-out is in de meeste gevallen jarenlange overbelasting of blootstelling aan stress op het werk, maar ook in de privé-situatie. Het gaat vaak om mensen die echt alles in hun werk hebben gestoken, maar weinig hebben terug gekregen. Ze hebben het gevoel dat ze niet goed genoeg beloond worden voor hun prestaties. Hierdoor zakt hun motivatie met als gevolg fysieke, geestelijke en emotionele uitputting. Mensen met een hogere verantwoordelijkheidszin, overgevoelige mensen en perfectionisten lopen meer risico.

Uit cijfers blijkt dat ongeveer een half miljoen mensen in België (!) een burn-out zouden hebben. Daarnaast zijn er nog heel wat werkenden uit de beroepsbevolking die nog een hoog risico lopen op een burn-out. Ze kunnen onderverdeeld worden in acht groepen:
1: de perfectionisten (Ze willen carrière maken, veel verantwoordelijkheden hebben en daar ook nog eens geen fouten in maken.);
2: mensen die moeilijk tegen verandering kunnen in hun werkomgeving (bv. een nieuwe baas of nieuwe verantwoordelijkheden.);
3: mensen die hard werken en ook thuis veel onder spanning staan. Er is geen plaats voor ontspanning en het is moeilijk om je op je werk nog goed te kunnen concentreren. (bv. bij het verwerken van een verlies.);
4: mensen die weinig besef hebben van tijd;
5: mensen die heel hun leven naar veiligheid hebben gezocht en plots geconfronteerd worden met onveiligheid (bv. een stalker of een ontrouwe partner.);
6: mensen die zich verantwoordelijk voelen voor anderen en geen nee kunnen zeggen;
7: erg gedreven mensen die niet kunnen stoppen met werken;

8: vrouwen in een dubbelfunctie (Combinatie van werk en thuis.).



Het zijn dus niet de mensen die niet goed hun best doen op hun werk of onbekwaam zijn die een burn-out krijgen, maar juist de perfectionisten en de goed gemotiveerde werknemers. Het komt over het algemeen vaker voor bij 50 plussers, meer bij vrouwen dan bij mannen, maar ook twintigers lijken tegenwoordig een risicogroep te vormen. Zij zijn nog maar pas aan het werk en kunnen moeilijk “nee” zeggen tegen hun baas. Ook lijkt de combinatie met hun druk sociaal leven er voor iets tussen te zitten. Waarom de ene wel een burn-out krijgt een de andere niet, is moeilijk te zeggen. Zoals ik hierboven al aanhaalde, kan het te maken hebben met de overgevoeligheid van een mens. Ook stressbestendigheid speelt een rol. Het is nu eenmaal zo dat de ene beter met een hogere werkdruk kan omgaan dan een andere.

Stress, overspanning en burn-out worden vaak te pas en te onpas gebruikt. Het is niet meer duidelijk welk woord je nu waarvoor moet gebruiken. Stress is iets wat niet schadelijk is. Kortdurende stress kan zelfs bijdragen aan een succes, afhankelijk hoe je ermee omgaat. Stress is gezond zolang je de eisen die je voor jezelf stelt niet hoger zijn dan wat je aankunt. Het is moeilijk om algemeen te stellen wanneer stress overspannenheid wordt. De gezonde stress is kortdurend, terwijl overspannenheid een langdurige fase van stress is. Bij stress is het energieniveau hoger dan normaal. Dat uit zich in hyperactiviteit en haastig gedrag. Wanneer je langdurig met stress geconfronteerd wordt, verlies je orde en overzicht. Je geraakt als persoon blijvend onrustig en wordt overspannen.

Als je de oorzaken van de spanning wegneemt, kan de persoon weer op een normale manier functioneren. Er is dus geen spraken meer van overspannenheid. Bij een burn-out is dat niet het geval. Daar is het energieniveau aangetast en verlaagd door jezelf bloot te stellen aan langdurige, soms dus jarenlange, spanningen. Je lichaam zegt dat het afgelopen is, het kan niet meer.

Wat zijn de signalen die kunnen wijzen op een burn-out?
Algemene kenmerken
Kenmerken in de werksituatie
iedere dag na activiteiten doodmoe zijn;
's morgens al moe zijn (of moe naar het werk gaan);
geen zin meer hebben om iets te doen (naar het werk te gaan);
hoofdpijn, lusteloosheid, hartkloppingen, slapeloosheid;
concentratieproblemen;
gevoelens van incompetentie
snel geïrriteerd raken om de kleinste dingen.
opgejaagd reageren;
vaak doen van extra werk;
zonder reden een snipperdag nemen;
moe terug komen van een (uitrust)vakantie;
steeds vaker werk uitstellen;
snel geïrriteerd raken;
verminderde concentratie;
onder of boven zijn/haar niveau werken.


Of mensen effectief lijden aan een burn-out, wordt vastgesteld met psychologische instrumenten, voornamelijk ontworpen door psychotherapeut Maslach. Het instrument bestaat uit ongeveer 20 vragen die betrekking hebben op de drie dimensies van burn-out (zie bovenaan). Er zijn verschillende versies in omloop: speciaal voor onderwijsgevenden, voor contactuele beroepen en algemene versie voor alle andere beroepen. De scores die voortkomen uit het invullen van de vragenlijsten, worden vergeleken met de resultaten van normgroepen die de vragen eerder al hebben ingevuld. Een score in de bovenste 25% t.o.v. de normgroep, indiceert een mogelijk burn-out. Een score in bovenste 5% t.o.v. de normgroep zou echt een burn-out betekenen.


Psychotherapeut Maslach. 

Een burn-out kan op vrij korte termijn succesvol behandeld worden door wekelijks gedurende drie tot vier maanden in therapie te gaan. Tijdens die sessies wordt er nagegaan wat er toe bijgedragen heeft tot het ontstaan van de burn-out, bv. het hebben van “disfunctionele gedachten” (bv. als ik niet hard werk, vindt niemand me aardig/competent/krijg ik nooit een promotie/word ik ontslagen"). Daarna wordt er een overzicht gemaakt van alle risicofactoren op het werk (bv. een hoge werkdruk, vaak overuren moeten doen, een minder leuke sfeer op het werk,…) en aangepakt waar mogelijk. Er wordt gestreefd om het slachtoffer zo snel mogelijk terug aan het werk te krijgen, liefst nog tijdens de therapie. Het slachtoffer gedurende de hele behandeling thuis te laten om terug op krachten te laten komen, heeft vaak een averechts effect en kan leiden tot volledige arbeidsongeschiktheid. Het is bovendien ook niet meer mogelijk om arbeidsongeschikt verklaard te worden door een burn-out.


Door de therapie leer je beter voor jezelf zorgen en meer balans te krijgen tussen privé en werk. Naast de therapie is het ook belangrijk om je te leren ontspannen door bv. ontspannings- en ademhalingsoefeningen of door te gaan sporten. Iemand met een burn-out heeft iemand nodig die hem of haar stimuleert om de signalen serieus te nemen en waarmee hij of zij iets ontspannend kan doen. 



Waarom heeft een overvloed aan keuzemogelijkheden een negatieve invloed op ons?


We leven in een maatschappij van overvloed. Ga maar eens naar de Mediamarkt om een printer te kopen of naar de Zara voor een nieuwe broek. Nooit eerder is de verscheidenheid aan merken en soorten zo groot geweest. Denk ook maar eens aan het einde van het 6de middelbaar. Welke studierichting ga je kiezen? Voor welke school ga je gaan? De lijst is eindeloos, want je kan tegenwoordig perfect een studie in het buitenland volgen. Een goede zaak? Eigenlijk niet, want het maakt ons verward, onzeker en depressief.



Kiezen uit 30 alternatieven vraagt heel wat inspanning van ons. Uit een studie blijkt dat een overaanbod kan leiden tot vermijdingsgedrag. Onderzoekers deden een proef in een supermarkt. Ze lieten één groep mensen maar liefst 24 verschillende soorten confituur proeven en een andere groep 6 soorten. Uiteindelijk bleek dat de mensen die veel keuze hadden veel minder geneigd waren om confituur te kopen terwijl de mensen die minder keuze hadden dat juist wel deden. De overvloed aan keuze is te moeilijk voor mensen en zorgt er gewoon voor dat we de keuze gaan mijden. Het werkt verlammend.

Daarnaast blijkt dat een overvloed aan keuze tot ontevredenheid leidt bij de gemaakte keuze. Hoe groter het aanbod, hoe hoger onze verwachtingen zijn. We gaan er van uit dat één van de mogelijkheden perfect zal zijn. Wanneer dat toch niet het geval blijkt te zijn, is de teleurstelling en de ontevredenheid groot. De slechte keuze wordt niet toegeschreven aan de hoeveelheid van het aanbod, maar wel aan het onvermogen om de juiste keuze te maken. We zijn dus niet alleen ontevreden over de keuze, maar ook over onszelf.

Hierboven beschrijf ik een beetje “de paradox van de keuze”. Je wilt meer vrijheid, maar niet meer verantwoordelijkheid. De vrijheid in keuze maakt dat je zelf de enige verantwoordelijke bent als het mis loopt. Je kunt de schuld niet doorschuiven. Het leven in een meerkeuzemaatschappij heeft drie gevolgen:

  • het kost meer tijd om een keuze te maken;
  • de kans dat je niet de beste keuze maakt is groter;
  • je zult meer spijt hebben van de verkeerde keuze.

Als het gaat om kiezen, onderscheid de psychologie twee verschillende soorten mensen: de maximisers en de satisficers: maximisers willen alleen het allerbeste terwijl satisficers tevreden zijn met het eerste wat aan de voorwaarden voldoet. Een maximiser krijgt het moeilijk als er uit meer opties gekozen kan worden, het duurt langer en hij is minder tevreden na zijn keuze. Maximisers lopen zelfs een verhoogd risico op het oplopen van een depressie.



Maximisers geloven er in dat als je hard genoeg zoekt, de beste oplossing zal vinden. Dat is natuurlijk een illusie. Efficiënt is het niet: ze kunnen soms betere deals doen dan satisficers, maar kunnen ook vruchteloos achterblijven. Je neemt een risico door goede kansen te laten liggen, met het idee dat je er nog wel betere tegenkomt. Ook als maximisers de beste keuze maken, zijn ze er minder gelukkig mee dan een satisficer die voor goed genoeg heeft gekozen.

Iedereen is op bepaalde gebieden wel maximiser en er komen steeds meer gebieden bij. Neem nu de opvoeding van onze kinderen. Het beste is niet goed genoeg. Je gaat op zoek naar de  beste kinderwagen, de beste school, de beste sportclub, de mooiste kleren,… Ouders vinden deze keuzes steeds ingewikkelder. Ook hun kinderen krijgen te maken met diezelfde druk. Zij stellen belangrijke keuzes als trouwen, de keuze van een partner of het kopen van een huis uit, uit angst en twijfel.

De prijs die we betalen voor de grote keuzevrijheid, is de achteruitgang van de kwaliteit en de kwantiteit van onze sociale relaties. Vrienden kiezen is veel moeilijker dan op zoek gaan naar de beste confituur. We kunnen het vaak niet meer opbrengen om zo’n vriendschapsrelatie op te bouwen. Vriendschap de dag van vandaag is een losse band zonder al te veel verplichtingen. Je kan wel veel vrienden hebben, maar een hechte vriendschap op lange termijn komt minder vaak voor. We kiezen onze vrienden in functie van activiteiten: met de ene vriend ga ik graag op vakantie en met de andere ga ik graag naar de cinema. Ook in je liefdesleven is “tot de dood ons scheidt” zeldzamer geworden. Als we leven met het idee dat het altijd beter kan, bestaat de kans dat ook goede relaties vroeg verbroken worden.

Bronvermelding